| Bedevaarders,
2005 is een feestjaar zegt men ons. Dit jaar vieren
wij 175 jaar België, 25 jaar federalisme en ik
voeg eraan toe: ook 60 jaar Belgische repressie. Zestig
jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog blijft
dit feestende land de enige staat ter wereld waar de
juridische nasleep van die oorlog blijft voortduren.
Wij blijven de amnestie-eis stellen, niet omdat amnestie
nu nog een bijdrage zou kunnen leveren tot verzoening,
maar wel als aanklacht tegen het blijvende onrecht van
de repressie. Een aanklacht ook tegen de schurkenstaat
België die nooit ons vaderland is geweest en dat
ook nooit zal worden.
Zestig jaar na het einde van de Tweede
Wereldoorlog is de wereld er niet veiliger op geworden.
Totalitaire en onberekenbare staten als Iran en Noord-Korea
dreigen in het bezit te komen van nucleaire wapens.
De wereldgemeenschap mag dit niet op zijn beloop laten
en moet met alle passende middelen deze ontwikkeling
stoppen zonder nochtans de fouten van het verleden te
herhalen. Het arsenaal aan niet-militaire middelen volstaat
ruimschoots om deze gevaarlijke gang van zaken te stoppen.
Onze samenleving wordt trouwens niet op de eerste plaats
door oorlog bedreigd. New York 11 september, Madrid
11 maart en Londen 7 juli zijn even zovele mijlpalen
van die andere, zoveel gevaarlijker dreiging van het
islamitisch terrorisme. Het krachtigste wapenarsenaal
staat machteloos tegenover dit terrorisme.
Het concept “verdediging met niet-militaire middelen”
– destijds het stokpaardje van professor Frans
Daels, de eerste voorzitter van het IJzerbedevaartcomité
– krijgt hierbij een bijzonder actuele betekenis.
Weerbaarheid tegen fundamentalisme begint met mentale
weerbaarheid.
Er is in onze samenleving geen plaats
voor politieke of religieuze stromingen die de fundamentele
waarden van onze samenleving niet respecteren. Scheiding
tussen godsdienst en politiek, gelijkwaardigheid van
man en vrouw, persoonlijke gewetensvrijheid en vrijheid
van meningsuiting zijn onaantastbare waarden die nooit
mogen worden ingeperkt omwille van een verkeerd begrepen
“verdraagzaamheid” tegenover een godsdienstig
geïnspireerde onverdraagzaamheid.
Deze fundamentele waarden zijn het product van een lange
geschiedenis. Wie aan deze geschiedenis geen deel heeft
gehad, kan deze waarden dan ook niet op dezelfde manier
bezitten als wij. De Europese Unie moet een goed nabuurschap
nastreven met de ons omringende landen, maar moet tevens
Europees blijven.
Typisch voor Europa is haar verscheidenheid
van volken en talen. Die verscheidenheid moet behouden
blijven en het Europese project moet zich beperken tot
die domeinen van de politiek waar een grootschalige
Europese aanpak nodig is. Europa moet zich dus onthouden
van alles wat onderwijs en cultuur is en wat de sociale
zekerheid betreft moet het zich beperken tot een basisregeling.
De beste garantie tegen fanatisme en onverdraagzaamheid
zijn zelfbewuste gemeenschappen, met een open venster
op de wereld, maar zich bewust van hun eigen waarden
en tradities.
België is niet het geschikte instrument
om aan zo’n gemeenschap te bouwen.
175 jaar België staat voor evenveel jaren van onmacht,
en wanbeleid.
We zijn heel wat gewoon geraakt in dit land, maar de
vaudeville rond Brussel-Halle-Vilvoorde slaat toch alle
records.
Wij hebben – voor wie het nog niet wist –
kunnen leren wat de Waalse politici van hun regio gemaakt
hebben: een vijandige agressieve imperialistische mogendheid.
De splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde
is geen onbelangrijke technische kwestie omtrent de
organisatie van verkiezingen.
Zolang deze kieskring niet gesplitst is hopen de Franstaligen
om vroeg of laat een deel van dat gebied in te lijven
bij Brussel. Het gaat dus om de verdediging van ons
grondgebied en om niets minder dan dat.
Het respecteren van mekaars grenzen is een basisgegeven
in internationale betrekkingen. Mocht Wallonië
een onafhankelijke staat zijn, dan zou het Internationaal
Gerechtshof ongetwijfeld sancties uitvaardigen wegens
zijn houding tegenover Vlaanderen.
De Brussel-Halle-Vilvoorde historie heeft ook ten overvloede
aangetoond wat België is. Of liever wat België
vooral niét is. België is om te beginnen
geen rechtsstaat. In een rechtsstaat worden beslissingen
van rechtbanken gewoon uitgevoerd, zonder gemarchandeer
onder partijen. Niet zo dus in het apenland België.
De Vlamingen hebben destijds een onwaarschijnlijk hoge
prijs betaald in ruil voor de federale ordening. Wij
hebben met allerlei grendelwetten en pariteiten onze
democratische meerderheidspositie opgegeven. En wanneer
het erop aankomt om de volledige consequenties van die
veel te duur betaalde grondwet in de praktijk om te
zetten moeten we niet alleen eerst bij een rechtbank
aankloppen, sterker nog, men schijnt het vanzelfsprekend
te vinden dat Vlaanderen nogmaals betaalt om zijn juridisch
gelijk in de praktijk om te zetten.
Verder is gebleken dat België geenszins een parlementaire
democratie is.
PS-voorzitter Di Rupo drukte het zo uit: Als de Vlamingen
hun meerderheid gebruiken om hun wetsvoorstel eenzijdig
goed te keuren in het parlement, dan is die democratie
het einde van België. Di Rupo heeft gelijk. Men
is ofwel democraat ofwel Belg, maar beide samen kunnen
niet.
De BHV-historie zegt ten slotte ook
alles over de huidige generatie van Vlaamse, of liever
Noord-Belgische politici. We kunnen kort zijn in onze
beoordeling: machteloos, onbekwaam en ongeloofwaardig.
De Vlaamse regeringspartijen hebben zichzelf tot machteloosheid
veroordeeld. Door expliciet te stellen dat zij nooit
de Vlaamse meerderheid zullen gebruiken om een oplossing
door te drukken hebben zij de oplossing van het BHV-vraagstuk
bij voorbaat onmogelijk gemaakt. Een simpel “non”
volstaat en de zaak blijft geblokkeerd...
De capitulatie van de Vlaamse regeringspartijen –
inclusief deze die enkel in de Vlaamse regering zetelen
– heeft hun laatste greintje geloofwaardigheid
teniet gedaan. De Gentse politicoloog Carl Devos –
die nochtans niet verdacht kan worden van enige Vlaamsgezindheid
– formuleerde het zo: “Zelden was een belofte
zo glashelder. Als blijkt dat we ook deze belofte niet
letterlijk mogen nemen, dan is geen enkel woord in de
politiek nog geloofwaardig. Politici moeten zich niet
meer afvragen waarom zoveel kiezers hen als een onbetrouwbare,
volksvreemde kaste afschilderen”. Einde citaat.
Vlaamse politici, in de politiek zijn
er altijd kansen om u te herpakken.
Vorig jaar hebben wij hier het Brusselse taalhoffelijkheidsakkoord
aangeklaagd en gevraagd om een krachtdadig Vlaams antwoord.
Dat antwoord is niet gekomen van de Vlaamse politiek.
Deze kans om u zelf te bewijzen als goede rentmeesters
van de Vlaamse belangen heeft u laten liggen. Maar inmiddels
heeft de Raad van State dit taalhoffelijkheidsakkoord
vernietigd. Door dit onwettige akkoord werden echter
tal van eentalige Franstaligen benoemd in de plaats
van tweetaligen. Vlaamse politici, dit is voor u een
kans om alsnog het roer om te gooien. Maak een einde
aan deze onduldbare wantoestand en weerleg hiermee het
vermoeden dat Vlaamse politici altijd en overal het
onderspit delven in een confrontatie met Franstaligen.
Van de DHL-jobs moet niemand nog wakker liggen, Brussel-Halle-Vilvoorde
werd niet gesplitst en straks komt de positie van Zaventem
als luchthaven ernstig in het gedrang door het pestgedrag
van de Franstaligen. Vlaamse politici die telkens opnieuw
kiezen voor het zogeheten hogere federale belang bewijzen
alleen maar hun eigen onbekwaamheid en overbodigheid.
Er zijn nochtans drukkingmiddelen genoeg om de Franstaligen
tot redelijkheid te dwingen. Brussel is onleefbaar zonder
de geldstroom uit Vlaanderen. Zonder massale investeringen
in Vlaanderen, onder meer in het gewestelijk expresnet,
wordt Brussel in de nabije toekomst nog meer een onbereikbare
en dus onleefbare stad. Geen enkele stad ter wereld
wordt er beter van door te kiezen voor het conflict
met haar natuurlijke hinterland. Ook Brussel niet.
De Franstaligen van hun kant kiezen
resoluut voor het offensief.
De strategie van Di Rupo is maar al te duidelijk. BHV
moet ooit een oplossing krijgen en raken aan de taalgrens
kan geen politicus in Vlaanderen nog verkocht krijgen.
Maar misschien kan er wel nog meer geld aan Wallonië
worden toegestopt. Het fameuze Marshallplan van Di Rupo
is niet meer dan een handige verpakking. Wat die man
wil is geen verandering, geen oplossing voor Wallonië,
maar meer van hetzelfde.
Ondertussen geven zelfs Waalse economen onomwonden toe
dat Wallonië structureel niet beter wordt van al
deze transfers. En dat is ook niet verwonderlijk.
In de huidige kenniseconomie is kapitaal
veel minder belangrijk dan vroeger. Massale kapitaaloverdrachten
zoals ten tijde van het Marshallplan na de Tweede Wereldoorlog
waren het gepaste antwoord voor de industriële
economie van zestig jaar geleden.
In onze huidige kenniseconomie zijn andere zaken vereist.
Kennis, opleiding, vernieuwing en aanpassingsvermogen
dat zijn vandaag de essentiële elementen van economisch
succes.
Wil Wallonië er ooit bovenop geraken dan moet het
resoluut afstand nemen van de kaste die sedert twee
generaties haar onkunde bewezen heeft. Weg dus met de
overmatige subsidies, de politieke inmenging in van
alles en nog wat en weg dus met het georganiseerde misbruik
van overheidsuitkeringen. Weg dus met de Parti Socialiste,
wiens beleid die regio geruïneerd heeft zoals de
communistische regimes dat in Oost-Europa hebben gedaan.
De beste hulp die Vlaanderen aan Wallonië kan bieden
is vandaag de geldkraan dichtdraaien. Want dan moet
Wallonië wel ontwaken uit de lusteloze, half comateuze
toestand waarop de PS haar macht gebaseerd heeft.
Dat wordt de inzet van de volgende federale verkiezingen.
De jaarlijkse aderlating van ondertussen ruim 12,68
miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië moet
gestopt worden. Wanneer Vlaanderen vandaag niet massaal
investeert in onderwijs en renovatie dan zullen wij
de concurrentie met nieuwe economische grootmachten
als China en India niet langer aankunnen. Vlaanderen
heeft deze middelen dus nodig om de talrijke uitdagingen
van morgen aan te kunnen. Bovendien verdient een regio
die zich systematisch vijandig opstelt tegenover Vlaanderen
onze solidariteit niet.
Vlaanderen moet zeer goed beseffen dat het overlegmodel
met Wallonië afgedaan heeft. Dat overlegmodel kan
enkel functioneren tussen partijen die te goeder trouw
zijn. Men overlegt niet met een agressieve imperialistische
mogendheid, die elke gelegenheid te baat neemt om Vlaanderen
te saboteren.
Het Vlaamse antwoord aan de Walen moet
dus kort en krachtig zijn. Wij willen van de Vlaamse
politici geen lapmiddelen en geen gepruts aan de symptomen.
De onafhankelijke Vlaamse staat is de enige goede oplossing.
Opdat Vlaanderen zou kunnen leven: België Barst.
Johan Vanslambrouck
Voorzitter
|