|
Bedevaarders,
Het testament van de IJzersoldaten
is één van die merkwaardige boodschappen
die naarmate ze ouder worden steeds actueler worden.
De wereld is kleiner geworden en ook een conflict ver
van hier kan rechtstreekse en diepgaande gevolgen voor
ons hebben.
Wat thans in het Midden Oosten gebeurt, kan niemand
onberoerd laten.
Het conflict tussen Israël en de Arabische wereld
is een complex gegeven en niemand heeft een pasklare
oplossing. Maar het moet ondertussen toch wel voor eenieder
duidelijk zijn dat dit conflict enkel kan gestopt worden
als het recht op zelfbeschikking voor elk volk in dit
gebied gerespecteerd wordt.
Israël moet veilig kunnen bestaan, maar een zelfstandige
Palestijnse staat met daadwerkelijke economische levenskansen
is evenzeer noodzakelijk om een duurzame vrede tot stand
te brengen.
Elke staat heeft het recht en zelfs de plicht om zijn
burgers te beschermen tegen terroristische aanslagen.
Maar het antwoord op politieke terreur kan en mag nooit
staatsterreur zijn. Wat Israël in Libanon heeft
aangericht overschrijdt ver de grenzen van het gepaste
antwoord.
Allicht zal een internationale vredesmacht de vechtende
partijen gescheiden houden. Vraag hierbij is: moeten
ook wij soldaten leveren voor deze troepenmacht? De
houding van de Vlaamse Frontsoldaten moet ons hierbij
vandaag inspireren. Het is onze menselijke plicht om
de getroffenen door het oorlogsgeweld met humanitaire
acties bij te staan. Wij kunnen deelnemen aan diplomatieke
en economische druk om een oplossing tot stand te brengen.
Maar het is moreel niet te verantwoorden om Vlaamse
soldatenlevens op het spel te zetten in conflicten die
in wezen aan ons vreemd zijn.
Mogelijks worden wij in de nabije toekomst
geconfronteerd met een verdere verspreiding van kernwapens.
Het is een beangstigende gedachte dat het door islamfundamentalisten
bestuurde Iran en het stalinistische Noord-Korea over
kernwapens zouden kunnen beschikken.
Het zelfbestuur van volkeren – met inbegrip van
het recht op zelfverdediging – is een principe
dat de grondslag vormt voor onze houding in de internationale
politiek. Maar laten we daarbij niet naïef zijn.
De wereld wordt er niet beter op als landen als Iran
of Noord-Korea over kernwapens kunnen beschikken.
De internationale gemeenschap heeft het recht en de
plicht om door politieke en economische druk deze ontwikkeling
te stoppen.
Als erfgenamen van het ‘nooit meer oorlog’-principe
kunnen we echter op dit ogenblik geen militaire interventie
aanvaarden. Er zijn reeds te veel oorlogen gevoerd om
de vrede te bewaren. Eén Irak is er één
te veel.
De internationale ontwikkelingen –
hoe belangrijk ook – mogen onze aandacht niet
afleiden van onze belangrijkste opdracht: het verwezenlijken
van de onafhankelijke Vlaamse staat.
Bij het eeuwfeest van het Belgisch onding dichtte René
De Clercq reeds:
“Daar is een Belgisch koning,
veel Belgische vertoning,
Een Belgische vlag en een Belgisch lied,
Maar Belgen, Belgen zijn er niet.”
Zij die vandaag goed leven van het
halfslachtige federale status quo houden ons voor dat
het Vlaamse zelfbestuur grotendeels gerealiseerd is.
René De Clercq parafraserend kunnen wij zeggen
“Daar is een Vlaamse regering,
veel Vlaamse belering,
Een Vlaamse vlag en een Vlaams lied,
Maar Vlaamse macht, Vlaamse politieke macht die is er
nog altijd niet.”
Over enkele weken trekt Vlaanderen
naar de stembus voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen.
Verkiezingen waar voor het eerst niet-Europese vreemdelingen
over stemrecht beschikken. Dit stemrecht werd ons opgedrongen
door een Franstalig front, tegen de wil van de Vlamingen
in.
Dit feit zegt meer over de werkelijke krachtsverhoudingen
in dit land dan een hele cursus staatsrecht. Thans blijkt
dat ook de vreemdelingen zelf lang geen vragende partij
waren voor dat stemrecht. In een stad als Mechelen maakt
niet eens vier procent van de vreemdelingen gebruik
van dit stemrecht en dit na een intensieve campagne
gefinancierd met overheidsgeld.
Het vreemdelingenstemrecht zal voor de meeste gemeenten
in Vlaanderen dus weinig of geen politieke gevolgen
hebben. Maar het opdringen ervan door de Waalse minderheid
blijft onverkort een smet op de Vlaamse democratie.
Die politieke gevolgen laten zich wel voelen te Brussel
en uiteindelijk was het de Parti Socialiste vooral daarom
te doen. De PS wil door het ronselen van stemmen bij
vreemdelingen haar machtspositie in de hoofdstad uitbouwen.
Het praktische gevolg is ondertussen wel dat Vlaamse
lijsten nog maar bitter weinig kans maken om mandatarissen
af te vaardigen in de gemeenteraden.
Met als resultaat dat in zowat alle Brusselse gemeenten
de Vlamingen een onderkomen hebben gezocht op Franstalige
lijsten. Niet zomaar bij geestverwanten, maar ook bij
de Vlamingenhaters van de MR-FDF-tandem. Ook bij de
maffiosi van de Parti Socialiste.
Mag het ons nog verbazen dat deze zogenaamde
Vlamingen geen krimp geven als de taalwetten te Brussel
genegeerd worden? Kan het nog verbazen dat deze collaborateurs
in alle talen zwijgen over de schandelijke taaltoestanden
in de Brusselse ziekenhuizen? Ziekenhuizen waar men
personeel zoekt dat Frans en Arabisch kent, Frans en
Roemeens, Frans en Pools, Frans en noem op welke taal,
als het maar niet het Nederlands is.
Diegenen die graag heel euforisch doen over diversiteit
en veelkleurigheid zijn vaak dezelfden die niets onverlet
laten om het Nederlands weg te zuiveren uit Brussel.
De onwil bij de Franstaligen om Nederlands te leren
tart alle verbeelding. Het is goed dat de Vlaamse minister
president hieraan herinnert. Maar dat volstaat niet.
De Vlaamse regering moet nu de daad bij het woord voegen
en met een krachtig Vlaams beleid verfransing rond Brussel
tegengaan.
Als wij vandaag opkomen voor een onafhankelijke Vlaamse
staat werpt men ons vaak voor: wat met Brussel?
In onze strategie tegenover Brussel moeten we twee dingen
goed voor ogen houden:
1. In de huidige situatie is de Vlaamse invloed te Brussel
onbestaande. Politiek en sociologisch hebben de Vlamingen
Brussel verloren.
2. Slechts datgene wat we zelf opgeven is definitief
verloren.
Uit het eerste gegeven volgt dat het
Brussels dreigement om een zelfstandige Franstalige
stadstaat te worden bij het uiteenvallen van België,
ons geenszins mag verhinderen om toch de Vlaamse onafhankelijkheid
na te streven. We kunnen immers niet verliezen wat we
al kwijt zijn, we kunnen het alleen heroveren.
De vraag is trouwens niet wat Vlaanderen verliest indien
Brussel zich afscheidt, maar wel wat Brussel kan beginnen
zonder Vlaanderen.
Zonder massale Vlaamse investeringen in de mobiliteit
wordt Brussel op korte termijn een zo goed als onbereikbaar
eiland. Brussel is als zelfstandige staat financieel
niet leefbaar. Er wonen te Brussel inderdaad welstellende
burgers, maar nog veel meer steuntrekkers en paria ’s
van allerlei slag.
Veel wijken liggen er verwaarloosd en verloederd bij.
Brusselse separatisten die de redding verwachten van
Europa vergeten dat de Europese instellingen enkel te
Brussel blijven omdat de Belgische staat daar veel geld
voor over heeft. Een financiële inspanning die
Brussel zelf niet kan opbrengen.
Brussel is vandaag een verarmde en verloederde stad,
maar het blijft onze stad. Daarom moet Vlaanderen bereid
blijven om in deze stad te investeren. Maar niet te
allen prijze. Bij de Vlaamse staatsvorming is het uitgangspunt
dat Brussel een Vlaamse stad wordt met een tweetalig
statuut.
De Brusselse structuur moet eenvoudig,
doorzichtig en efficiënt worden. Met ruimte voor
de Brusselaars om de zaken die enkel henzelf aanbelangen
ook zelf te regelen, maar zonder inspraak van de buurstaat
Wallonië.
Vlaanderen kan aan Brussel als echte Europese en Vlaamse
hoofdstad een nieuwe toekomst bieden. Wie het goed meent
met Brussel kan hierop niet neen zeggen. Het alternatief
is verder verval in een gespleten samenleving met grote
luxe en rijkdom langs de ene kant en uitgesproken marginalen
aan de andere kant.
2007 wordt een belangrijk jaar voor de Vlaamse zelfstandigheid.
De oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde kan dan niet
langer naar achter geschoven worden.
Ondanks een economisch en demografisch overwicht, ondanks
het onbetwistbare juridische gelijk zijn de Vlaamse
politici er niet in geslaagd om Brussel-Halle-Vilvoorde
te splitsen. De reden ligt voor de hand: er stond een
eensgezind Franstalig afwijzingsfront tegenover een
hopeloos verdeelde Vlaamse politieke klasse.
Vlaamse frontvorming is dus het gepaste antwoord op
de Franstalige arrogantie rond Brussel-Halle-Vilvoorde,
de nachtvluchten, de transfers en zovele andere hete
hangijzers.
Wie de Vlaamse politiek blijft opdelen in zogenaamd
‘democratische’ en ‘ondemocratische’
partijen, maar ondertussen wel onderhandelt met de Vlaamshatende
racisten van het FDF en met de corrupte Parti Socialiste
is hypocriet en dus ongeloofwaardig.
Sterker nog: deze houding zorgt op een cruciaal moment
voor een verzwakking van de Vlaamse politieke macht
en legt dus de basis voor een nieuwe debacle.
De Vlaamse kaarten liggen momenteel niet gunstig voor
de onvermijdelijke besprekingen van 2007. Van enige
Vlaamse frontvorming is geen sprake. Er zijn ministers
die de handdoek in de ring gooien, nog voor de confrontatie
begonnen is.
Wat moeten we denken van een minister die zonder slag
of stoot de luchthaven op Zaventem wil prijs geven,
enkel en alleen om de Franstaligen te behagen?
Wat moeten we denken van een premier Verhofstadt die
bovenop alle grendelwetten, alarmbelprocedures en een
paritaire federale regering de Franstaligen ook nog
een paritaire Senaat wil cadeau doen? Is dat de prijs
waarmee hij een derde ambtstermijn hoopt af te kopen?
Van dat soort staatshervormingen willen wij onder geen
beding weten. Wat we nodig hebben is niet een Belgische
staatshervorming, maar Vlaamse staatsvórming.
Wij hebben schoon genoeg van de onredelijke transfers
naar Wallonië. Wij hebben genoeg van de fratsen
van de Vlamingenhaters als Laurette Onckelincx, die
haar kabinet bevolkt met een internationaal gezochte
drugsdealer (een ervaringsdeskundige allicht) en ondertussen
een patent heeft op het laten lopen van gevaarlijke
misdadigers en terroristen.
Wij hebben ten slotte genoeg van de fratsen van een
koningshuis waar een nietsnut met een jaarinkomen van
300.000 euro doodleuk komt vertellen dat hij niet rond
komt.
Wat ons betreft hebben Laurette en Laurent een toekomst
als tragikomisch duo, maar uit het Vlaamse openbare
leven moeten ze weg blijven.
De onafhankelijke Vlaamse staat is ten slotte nodig
om de democratie te herstellen in Vlaanderen. Het democratisch
deficit binnen de Belgische federatie is enorm. Wat
ook de uitslag van de verkiezingen is, het beleid blijft
grotendeels hetzelfde. Gewoon omdat de beruchte Belgische
evenwichten geen andere keuze toelaten.
In een onafhankelijk Vlaanderen kan het politiek debat
terug de betekenis krijgen die het toekomt.
Dat debat moet met argumenten gevoerd worden, niet met
valse sentimenten. Het demoniseren van politieke overtuigingen
levert geen bijdrage tot een goed bestuur.
Tegenover de haatdronken Barmannen die uit naam van
de verdraagzaamheid een extreme onverdraagzaamheid prediken
zeggen wij met Frans Daels:
“Vergeet nooit dat niemand van ons het monopolie
van het goede bezit, ook niemand het monopolie van het
kwade, maar dat ieder van ons mag hopen toch een deel
goeds en een deel rechtvaardigs in zijn streven te bezitten.”
Bedevaarders, op 11 juli 1917 verscheen de eerste open
Frontbrief, volgend jaar dus 90 jaar geleden. Daarmee
begon de moderne Vlaamse Beweging.
2007 is dus een geschikt jaar om eindelijk het Vlaamse
zelfbestuur te realiseren in de enige vorm die daarvoor
geschikt is: de onafhankelijke Vlaamse staat.
Johan Vanslambrouck
Voorzitter
|