|
In de krant, die ooit de spreekbuis
van het Vlaams belang heette te zijn, deed, bij het
begin van de verkiezingscampagne van mei jongstleden,
de voorzitter van de Parti Socialiste Elio Di Rupo,
in een 'open brief aan de Vlamingen', een oproep om
alle communautaire gekibbel te stoppen, omdat, zo zei
hij, "de bevolking van andere dingen wakker
ligt: werk, de pensioenen, een degelijke gezondheidszorg..."
En daarbij deed hij, zonder blikken of blozen, nog maar
eens beroep op de zogeheten 'interpersoonlijke solidariteit'
in 'la Belgique une et indivisible'.
Inderdaad, mijnheer Di Rupo, de bevolking ligt niet
wakker van de zoveelste 'stap in de staatshervorming',
alleen is het intussen voor iedereen wel duidelijk dat
in dit land ieder dossier, ook dat van de sociale zekerheid,
onvermijdelijk communautair is, of het op de kortst
mogelijke termijn wordt.
"België bestaat sociaal-economisch
uit twee landen", dat is het letterlijke besluit
van een recent rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid.
"Dat maakt beleidsconclusies onafwendbaar",
stelt het rapport.
Voor het voeren van een eigen beleid moeten Vlaanderen
en Wallonië beschikken over coherente, homogene
bevoegdheden én daarvoor de financiële én
fiscale verantwoordelijkheid op zich nemen. Alleen op
die manier, mijnheer Di Rupo, kan zonder uitzichtloos
communautair gehakketak een einde gesteld worden aan
de onrechtvaardig hoge, ondoorzichtige en eenzijdige
transfers van Vlaanderen naar Wallonië.
"Het probleem van dit land"
- en hier citeer ik een andere vooraanstaande Belgische
instantie - "is dat er nergens zoveel remmen
op verandering bestaan als in België, zichtbare
en onzichtbare remmen. Hoezeer we ons in Vlaanderen
ook zouden willen inpassen in het reformistisch gedachtegoed
dat in tal van Noord-Europese landen opgeld maakt, we
worden meegesleurd door het Zuiden, door het immobilisme
van het leidende establishment aldaar. De weigering
van dat establishment (FGTB, PS, de Waalse werkgeverskringen)
rechtvaardigt de roep naar een grotere autonomie voor
de gewesten en gemeenschappen in dit land. We kunnen
niet blijven wachten op ik weet niet welke ommekeer
in het zuiden van het land. Het is de hoogste tijd dat
ook uitgebreide bevoegdheden inzake sociale zekerheid
en - nog belangrijker - fiscale autonomie aan Vlaanderen
en de andere deelgebieden worden toegekend, zodat we
zelf de beleidsinstrumenten in handen krijgen om de
aansluiting met de kleine noordelijke lidstaten in Europa
te realiseren." Einde citaat.
Dit zijn niet de woorden van één of andere
fervente Vlaamse separatist. Dat schreef - anno 1998
- de huidige Belgische premier Guy Verhofstadt in zijn
spraakmakend boek De Belgische ziekte. Diagnose en
remedies. Hij gaat zelfs verder: "Die uitbreiding
van bevoegdheden kan er best onmiddellijk komen. Verder
uitstel is daarom niet alleen onnodig, maar zelfs regelrecht
misdadig."
Tot daar Guy Verhofstadt anno 1998.
Wij zijn nu 2003 - en vier jaren regering-Verhofstadt
verder - en het Waals afwijzingsfront tegen iedere vorm
van defederalisering van de sociale zekerheid is hechter
en sterker dan ooit.
Tot welke onvoorstelbare diametrale wijzigingen in opvattingen
en opstelling alleen de honger naar de vleespotten van
de Belgische macht zoal kan leiden!
En inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook
in Vlaanderen ligt de bevolking in de eerste plaats
wakker van werk, pensioenzekerheid, een degelijke en
betaalbare gezondheidszorg.
Dat geldt zelfs des te meer voor de Vlaamse Beweging
waarvan de wezenlijke opdracht veel ruimer is dan alleen
maar de vorming van een eigen Vlaamse Staat. Het is
de taak van de Vlaamse Beweging tegelijk gestalte te
geven aan een Vlaamse Natie. De Vlaamse Beweging is
veel meer dan louter inzet voor politieke structuren.
Vlaamse Beweging is ook - en vooral - de inzet voor
een open, vrije, sociale en rechtvaardige Vlaamse maatschappij.
Een maatschappij waarin de enkeling vrij kan zijn, maar
waarin tegelijkertijd iedere enkeling gelijke kansen
krijgt om volwaardig tot ontwikkeling en ontplooiing
te komen.
Reeds in 1928 stelde Filip De Pillecyn van op het spreekgestoelte
van de 9e IJzerbedevaart: "Want indien de Vlaamsche
oudstrijders een Vlaamsch Vlaanderen willen, dan willen
zij toch in de eerste plaats een beter Vlaanderen. Voor
ons zijn beide begrippen onscheidbaar en ondeelbaar
zoals in een zonnestraal het licht en de warmte onscheidbaar
en ondeelbaar zijn".
En vandaag, 75 jaar later, blijkt de belangrijkste hindernis
daarbij - nog steeds - de unitaire Belgische staat.
Een Belgische staat waarin, geholpen door een politiek
stelsel van bijzondere meerderheden, bovendien vanuit
een ronduit onrechtvaardige oververtegenwoordiging in
het parlement maar vooral wegens een onvoorstelbaar
gemis aan principiële vastberadenheid van de verkozen
politieke vertegenwoordigers van het Vlaamse volk, de
Walen er nog altijd in slagen iedere hervormende maatregel,
hoe noodzakelijk ook, op federaal vlak te blokkeren
en het voor Wallonië erg lucratieve maar vooral
erg gemakkelijke consumptiefederalisme in stand te houden
En dat geldt zowel voor de tewerkstelling als voor de
noodzakelijke hervorming van de pensioenstelsels, de
gezinsbijslagen, de échelonnering van de gezondheidszorg.
Vlaanderen wikt, Wallonië beschikt.
Wat Wallonië niet goed uitkomt blokkeert het: van
onbemande camera's tot de hervorming van de NMBS.
Opheffing van het verbod op tabaksreclame voor Francorchamps
en de regionalisering van de voor de Waalse industrie
zo belangrijke wapenleveringen, twee Waalse eisen bij
de recente regeringsvorming, werden daarentegen door
het kersverse parlement al in de eerste weken van zijn
bestaan gewillig en volgzaam goedgekeurd.
Zo werkt dat in het België van Di Rupo, Michel,
Stevaert, Anciaux en Verhofstadt.
Inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook Vlaanderen
ligt wakker van werk, ook ons volk wil jobs.
Maar ook inzake tewerkstelling doet de aanhoudende malaise
in het federaal georganiseerd sociaal overleg de roep
naar een eigen Vlaams overlegmodel steeds luider klinken.
Het wordt steeds duidelijker dat Vlaanderen enerzijds
en Wallonië anderzijds niet gediend zijn met een
identiek Belgisch werkgelegenheidsbeleid. Maar als de
Vlaamse minister voor Tewerkstelling initiatieven in
die zin neemt, dan gaat Wallonië dwarsliggen. Want,
tewerkstelling is een federale bevoegdheid.
Vandaar... de hoogste tijd voor een Vlaamse sociale
zekerheid
Inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook ons
volk wil zeker zijn van een menswaardig pensioen.
Inzake pensioenen ziet men in Vlaanderen de noodzaak
in van alternatieve en gemengde vormen van financiering.
Een eerste belangrijk initiatief was de oprichting van
een Vlaams Pensioenfonds voor ambtenaren van de Vlaamse
regering.
De Waalse onwil om wat dan ook te veranderen dat Wallonië
in zijn gulzig consumptiefederalisme kan temperen, maakt
echter, ook inzake pensioenen, iedere noodzakelijke
hervorming onmogelijk.
Vandaar... de hoogste tijd voor een Vlaamse sociale
zekerheid.
Inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook de
Vlamingen willen een degelijke en betaalbare gezondheidszorg.
Maar ook inzake gezondheidszorg heerst er in Vlaanderen
en Wallonië een duidelijk verschillend cultuurpatroon.
Vlaamse zieken en artsen vertonen een ander, zuiniger
consumptiegedrag. Vlaanderen kiest voor een ander medisch
model en pleit voor structurele hervormingen in de zin
van een meer trapsgewijze uitbouw, uitgaande van een
kwalitatief hoogstaande eerstelijnszorg - in een ander
overlegmodel - op basis van een representatieve, democratisch
verkozen vertegenwoordiging - en met aangepaste financieringsvormen.
De in hoofdzaak Franstalige en specialistische niet-gekozen
'vertegenwoordigers' van de artsen en ziekenfondsen
in de unitaire Belgische 'medico-mut' zeggen echter
'njet'. Met het gevolg dat ook de zo noodzakelijke en
dringende hervorming van gezondheidszorg en ziekteverzekering
in een nefaste impasse is beland en in de nieuwe Belgische
regering trouwens opnieuw aan een Waalse minister werd
toevertrouwd.
Vandaar... de hoogste tijd voor een eigen Vlaamse sociale
zekerheid.
De vraag stelt zich dan ook steeds
duidelijker: moet Vlaanderen zich blijven neerleggen
bij dit verlammend Belgisch immobilisme in naam van
de zogenaamde solidariteit?
Een onrechtvaardig hoge oversolidariteit van jaarlijks
om en bij de 8.5 miljard euro (of 342 miljard oude franken)
op een ogenblik dat Vlaanderen die miljarden zélf
broodnodig heeft voor zijn eigen economisch substraat.
Op een ogenblik dat er onvoldoende geld is voor het
Vlaamse onderwijs, de Vlaamse verzorgingssector, een
Vlaams tewerkstellingsbeleid, een offensief Vlaams beleid
in en rond Brussel, een betere justitiewerking in Vlaanderen
.
Een opgedrongen schatplicht van 4.250
euro (of 170.000 frank) per Vlaams gezin per jaar aan
Wallonië, dat daartegenover geen enkele gelegenheid
voorbij laat gaan om duidelijk te maken dat het geen
boodschap heeft aan de 'federale loyaliteit', waarop
het zelf te pas en te onpas beroep doet.
Een ondoorzichtige éénrichtingssolidariteit
van meer dan 10 procent van wat wij, Vlamingen, allemaal
samen verdienen om de walen voor 25 procent van eenzelfde
gemiddeld inkomen als de Vlamingen te voorzien.
Een onvoorwaardelijke en geruisloze
transfer waarvan Wallonië bovendien niet eens beter
wordt . Integendeel. Het ontslaat Wallonië van
zijn collectieve verantwoordelijkheid voor de eigen
sociaal-economische toekomst.
Voor Vlaanderen is de maat vol.
Vlaanderen
moet dringend zélf over zijn eigen toekomst kunnen
beslissen. Dat betekent dat Vlaanderen - en ook Wallonië
- zélf over alle hefbomen daartoe moet kunnen
beschikken, de volle bevoegdheid moet krijgen over de
eigen sociale en economische politiek en daarvoor zélf
de financiële én fiscale verantwoordelijkheid
op zich moet nemen.
Op Belgisch vlak blijven voortploeteren, betekent dat
er ofwel niets gebeurt, ofwel komen er onwerkbare compromissen
uit de bus, waarvoor Vlaanderen dan nog telkens een
zware prijs betaalt.
Vandaar... de hoogste tijd voor een eigen Vlaamse sociale
zekerheid in een eigen Vlaamse staat.
Walter Peeters
|
|