|
In
elk nummer van het tijdschrift van de vzw IJzerwake
wordt de nodige plaats gemaakt voor poëzie, die
haar plaats vond op de traditionele IJzerbedevaarten.
De Vlaamsbewuste dichter Erik Verstraete geeft er een
keuze aan gedichten die hun plaats vonden op die IJzerbedevaarten
- of hadden moeten vinden.
Van de hand van Karel Van Canegem-Ardijns, een jonge,
beginnende dichter brengen wij op deze webstek enkele
gedichten rond hetzelfde thema.
Trouw aan de IJzersoldaat
Mijn trouw hoort U toe,
soldaat van de eeuwige wacht.
U heeft gestreden in naam van een vreemde macht,
een macht die de Uwe niet was,
ook de mijne niet is en nooit zal zijn.
Ik ben trouw aan Uw ultiem gedacht.
Mijn
hart ligt in Vlaanderen
Vaarwel aan Vlaanderen, vaarwel aan het
noorden,
het land van waarde, het land der vele stadspoorten,
Waar ik ook ga, waar ik mij ook begeef,
het zijn Vlaanderens heuvels waar ik echt leef.
Mijn hart ligt in Vlaanderen, mijn hart
ligt niet hier,
mijn hart ligt in Vlaanderen, het land der edelbier,
geen afscheid wil ik nemen, het doet mij pijn,
mijn hart zal altijd in Vlaanderen zijn.
Vaarwel aan Vlaanderen, mijn land,
vaarwel aan zijn kunst, de Brugse kant,
vaarwel aan zijn vele rivieren, de Schelde,
vaarwel aan de Groeningebeek, die echt telde.
Mijn hart ligt in Vlaanderen, mijn hart
ligt niet hier,
mijn hart ligt in Vlaanderen, het land der edelbier,
geen afscheid wil ik nemen, het doet mij pijn,
mijn hart zal altijd in Vlaanderen zijn.
Strijdbare Vlaming
De tijd van het gewillig ondergaan gaat voorbij.
De tijd van het toegeven aan elke vreemde eis gaat voorbij.
De tijd van het voorzichtig zoeken naar een weg gaat
voorbij.
Wij zijn strijdbare Vlamingen,
wij strijden voor een onafhankelijk Vlaanderen,
wij strijden voor een echt Vlaanderen.
De tijd van België gaat voorbij.
De tijd van het corrupte Wallonië gaat voorbij.
De tijd van het koningshuis gaat voorbij.
Wij zijn strijdbare Vlamingen,
wij strijden met het woord,
wij strijden met de zuivere gedachte.
De
tijd van het onmenselijke gaat voorbij.
De tijd van het politiek correcte denken gaat voorbij.
De tijd van de multicultuur gaat voorbij.
Wij zijn strijdbare Vlamingen,
wij strijden voor het Avondland,
wij strijden voor het Europa der Europese volkeren.
De tijd van de huichelaars gaat voorbij.
De tijd van het misbruiken van de naam Vlaming gaat
voorbij.
De tijd van de verraders gaat voorbij.
Wij zijn strijdbare Vlamingen,
wij strijden voor een eervol Vlaanderen,
wij strijden voor een christelijk Vlaanderen.
Het IJzertestament
Ik geloof in het IJzertestament,
veel meer dan een stuk perkament.
De boodschap die Hij zendt.
Ik volg hem die mij kent.
De gebroeders Van Raemdonck
Boezinge, een nevel van gas,
bedolven in een loopgraaf.
Tezamen vereend, in vreugde en nood,
als de ene sterft, gaat de andere dood.
Besef van een eigen natie:
"Als ik val is het voor Vlaanderen."
Dapper tot het einde.
Verwoesting, oorlog, branden, moord.
De laatste daad, een aanval.
Het Stampkot.
Verenigd in de stilte van de dood.
Ridders van trouwe heldhaftigheid,
volg hen in deze verloren tijd.
Ook Silver Wolf bezorgde ons enkele gedichten.
Oorlog
Wanneer het doffe geroffel, als van een
zware trom
Met dreunende stappen van laarzen versmelt
Kreunend motorengeronk, aanzwelt tot dreigend gegrom
Driftig wapengekletter oproept tot zinloos geweld
Als het beest in de mens, is losgebroken
De angst verdrongen, door ’t verhaal van heldenmoed
Het hongerige roofdier, bloed heeft geroken
En de onschuldige, voor deze waanzin boet
In de velden, waar bomkraters, als open
wonden gapen
Staan spookachtige bomen, zwartgeblakerd kaal gebrand
Dorpen en steden, tot trieste puinhopen herschapen
Ontredderde stromen sukkels, ontvluchten strompelend
hun land
Als de dood grimmig rondwaart, door lege
straten
De honger, een steeds knagende pijn is geworden
Weerloze burgers, have en goed hebben achter gelaten
Opgejaagd door de oprukkende, geüniformeerde horden
Dan lijkt het laatste stukje gezond verstand
verloren
Kostbare vrijheid, met wapens brutaal verkracht
Bedekt roetende rook, de zon bij ’t ochtendgloren
Knettert’hellevuur, hallucinant verlichtend, de
sombere nacht.
Vlaanderen
De bomen buigen zich deemoedig naar ’t
oosten
Takken geplooid, door de strakke westenwind
Die weemoedig klagend, - niet te troosten , -
In deze vlakten, geen andere weerstand vindt
Diep verscholen, onder ’n brede grijs gespikkelde
klak
Robuust en hoekig, ’t zwijgzaam gesloten boerengezicht
In wiens hart en ogen, een stuk vertrouwen brak
Toen z’n geliefde Westhoek, onder vijandig geweld
was gezwicht
Weiden en velden, waarop in bloed werd geschreven
Hoe fragiel en kostbaar, de vrede kan zijn
De nietigheid en onbelang, van een mensenleven
Herleid tot rijen witte kruisjes, naamloos klein
Nog steeds vindt men, die vele littekens en sporen
In de vergetelheid van jaren, vergeefs gesmoord
Diep geworteld leed, waaruit de hoop werd geboren
Dat dit heldenoffer, eens zal worden verhoord
En als boven de akkers, ver achter duinen en strand
De zeldzaam blauwe hemel, asgrauw verkleurt
Dan voel ik, hoe mijn gekwetste Vlaanderland
Heel innig, om zijn verloren zonen treurt.
|