maandag oktober 20 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Toespraak voorzitter Johan Vanslambrouck

NU DURVEN MET VLAANDEREN

Bedevaarders,

Er ligt een staat te sterven,
die ogen hebben zien’t –
heeft menig, menig werven
een goeden dood verdiend.

Er ligt een staat te sterven,
heel zachtjes zonder pijn,
twee volkeren zullen erven.
Ik zal op de uitvaart zijn.

Het afgelopen jaar heb ik vaak terug gedacht aan deze versregels van René de Clercq. Vandaag zou de dichter ongetwijfeld schrijven:

“Er is een staat gestorven
die ogen hebben zien ’t.”

België heeft nog wel een koning en een club die zichzelf ‘federale regering’ noemt, maar sedert meer dan een jaar wordt dit onland niet meer bestuurd. Na de verkiezingen van juni verleden jaar sleepte de politieke klasse zich van de ene crisis naar de andere interim-regering. Het regende ultimatums en stoere verklaringen die dan steevast weer ingetrokken werden. Het afgelopen jaar werden er amper wetsontwerpen bij het parlement ingediend. En dan nog ging het voornamelijk om technische ontwerpen die de Belgische wetgeving in overeenstemming moet brengen met de Europese regels.

In geen enkel politiek dossier werd er betekenisvolle vooruitgang geboekt. Over de nachtvluchten van Zaventem zwijgt men in alle talen, goed wetende dat niemand een oplossing heeft. Ondanks alle beloftes lijkt de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde verder weg dan ooit. Er is géén staatshervorming, géén vette vis in de pan en zelfs de al even legendarische borrelnootjes ontbreken. Het opstellen van de federale begroting werd een klucht. De energieprijzen swingen de pan uit en de federale regering staat erbij en kijkt er naar. Door een gebrek aan financiële middelen, maar vooral door de totale afwezigheid van enige politieke visie.
Kortom: de Belgische constructie functioneert niet meer. De vraag is niet langer óf België uit elkaar valt, maar wel wanneer.

De drie koninklijke kwakzalvers komen te laat om het lijk te reanimeren. We hebben trouwens geen boodschap aan toverdokters, we hebben nood aan een notaris om de erfenis te verdelen.

Dat hebben de Franstalige politici en opiniemakers zeer goed begrepen. In hun doen en laten bevinden zij zich reeds volop in het post-Belgiëtijdperk.
Hun doelstellingen liggen voor de hand:
Een: zo lang mogelijk de geldstroom vanuit Vlaanderen in stand houden.
Twee: zoveel mogelijk Vlaams grondgebied inlijven bij Brussel of Wallonië.
Drie: de internationale reputatie van Vlaanderen zoveel mogelijk schade toebrengen.

Op elk van deze strategische uitdagingen moet Vlaanderen een antwoord vinden. Het is op zich hoopgevend als een Vlaams partijvoorzitter verklaart dat de solidariteit met Wallonië op de helling komt te staan als verdere stappen in de staatshervorming uitblijven. Maar stoere verklaringen blijven holle woorden als ze niet gevolgd worden door daden. De Vlaamse regering moet om te beginnen de toezegging van 400 miljoen euro Vlaams geld voor de federale begroting terug intrekken. En daarmee meteen duidelijk maken dat Vlaanderen niet eeuwig blijft betalen voor Belgisch wanbestuur. Overigens, de minister-president van de Vlaamse regering heeft in die zin beloftes afgelegd. Van een ernstig politicus – en ik geef toe: ze zijn zeldzaam geworden – mag men verwachten dat hij zijn beloftes nakomt. Brussel krijgt jaarlijks een flinke dotatie om de kosten van de meertaligheid te dekken. We weten allemaal dat die meertaligheid te Brussel in de praktijk onbestaande is. Dus kan deze extra dotatie gerust afgeschaft worden en de Vlaamse politici kunnen weigeren om deze begrotingspost goed te keuren.
De Vlaamse politici zullen tot dat soort maatregelen moeten overgaan, willen ze nog ernstig genomen worden door hun Franstalige collega’s én door hun eigen kiezers.
De Franstaligen blijven ondertussen trouw aan de imperialistische ambities die ze sedert 1830 koesteren. De systematische verfransing van Vlaamse gemeenten, gevolgd door hun overheveling naar het andere taalgebied of door de installatie van een faciliteitenregime, loopt als een rode draad door de geschiedenis van dit koninkrijk.

Thans wil men in ruil voor de splitsing van B-H-V minstens een corridor die Brussel met Wallonië zou moeten verbinden. Langs Vlaamse kant wordt deze eis afgedaan als belachelijk. Laten we ons niet vergissen: langs Vlaamse kant zijn er nog altijd politici die bereid zijn om een zware prijs te betalen voor de splitsing van B-H-V. Zo hebben we het meegemaakt dat een Vlaams politicus, uitgerekend in Le Soir, kwam verklaren dat de waarborgen die de Vlamingen in het Brussels gewest thans hebben, ondemocratisch zijn en als pasmunt kunnen dienen voor een onderhandelde oplossing voor B-H-V. Dat een Vlaams politicus zich gewillig laat interviewen door de haatkrant Le Soir getuigt van weinig fatsoen en van nog minder gezond verstand. De inhoud van het interview heeft veel duidelijk gemaakt: Jean-Marie Dedecker heeft zich ontpopt als een onvervalste vertegenwoordiger van de oude Pest-Voor-Vlaanderen.
De opgeëiste corridor over Vlaams grondgebied is alles behalve lachwekkend. Als Brussel en Wallonië territoriaal met elkaar verbonden zijn, kunnen ze bij de ontbinding van België gemakkelijk één staat vormen. Dat wordt heel wat moeilijker als die verbinding er niet is. De Franstaligen zijn dus helemaal niet gek als ze die corridor opeisen. Het past perfect in hun post-Belgiëstrategie.

Die corridor zou dan moeten lopen over de Vlaamse gemeente Sint-Genesius-Rode. Sint-Genesius-Rode is het typevoorbeeld van een Vlaamse gemeente die door het Belgisch bewind bewust verfranst werd. Bij de talentelling van 1846 waren er 94 % Nederlandstaligen. In 1930: 83,71 %. Zelfs bij de zo anti-Vlaams gemanipuleerde talentelling van 1947 behield Rode een Nederlandstalige meerderheid van 73 %.
Het toenmalige studiecentrum voor de hervorming van de staat stelde voor om twee overwegend Franstalige wijken naar Nijvel over te hevelen. Wat ook gebeurde. Bij de onderhandelingen van Hertoginnedal in 1963 kregen de Franstaligen faciliteiten. De gevolgen bleven niet uit. Bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen viel de Vlaamse lijst ‘Samen’ terug op 34,25 %. Zes jaar eerder was dat nog 39 %.

Laten we er de passende conclusies uit trekken. Het is totaal zinloos om bij de Franstaligen de vrede af te kopen door toegevingen te doen in termen van grondgebied of taalfaciliteiten. Elke Vlaamse tegemoetkoming wordt door hen gezien als een aansporing om bij een volgende gelegenheid nog meer eisen te stellen. Vlaanderen moet resoluut van strategie veranderen en in het offensief gaan. Als de Franstaligen de taalgrens in vraag stellen, dan moeten zij zeer goed weten dat het gesprek niet zal gevoerd worden over de gemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel, maar wel over Komen, Moeskroen, Vloesberg, Edingen en het land van Overmaas. Deze gebieden werden ons in de loop van de Belgische geschiedenis ontstolen, maar blijven wat ons betreft onvervreemdbaar deel uitmaken van het Vlaamse grondgebied.

De Franstaligen laten ondertussen geen gelegenheid voorbijgaan om de reputatie van Vlaanderen in het buitenland schade toe te brengen.
U kent het fenomeen: de laatste jaren wordt Vlaanderen met de regelmaat van een klok bezocht door rapporteurs van de Raad van Europa. Die leveren dan steevast een verslag af waaruit zou moeten blijken dat het met de mensenrechten – en meer bepaald met de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen – bijzonder pover gesteld is. Vertwijfeld vraagt Vlaanderen zich af: wat doen we verkeerd? Hoe komt het dat wij een imagoprobleem hebben bij de internationale gemeenschap? Zien we hier de kwalijke gevolgen van het kwaadwillige Franstalige lobbywerk? Voor een deel wel natuurlijk. Maar er is meer aan de hand. De Vlaamse politici moeten niet dadelijk plat op de buik gaan voor die rapporten van de Raad van Europa.

  1. Er zijn heel wat bedenkingen te maken bij de samenstelling van die Raad. In de Raad van Europa zetelen onder meer Turkije, Albanië en het Rusland van Poetin. Zoals men weet zijn dat stuk voor stuk schitterende en vredelievende democratieën die veel respect hebben voor hun minderheden.
  2. Wie de rapporten van dichtbij bekijkt, merkt meteen dat ze geschreven zijn door lui die geen enkele kennis bezitten van de grondwettelijke tradities in Vlaanderen. Fundamentele rechten als godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, politieke democratie en onafhankelijke rechtspraak, recht op vereniging en op vergadering zijn veel ouder dan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Die rechten en vrijheden zijn gegroeid uit onze tradities en wij aanvaarden principieel geen enkele norm daarboven.
    Enkel rechters die onze tradities kennen en doorleefd hebben, kunnen zich over deze kwesties uitspreken. De rapporteurs van de Raad van Europa hebben hier dus niets te zoeken.

Bedevaarders, vandaag is de Belgische impasse totaal. En daar ondervindt ook Vlaanderen de nadelige gevolgen van. Enkele jaren geleden was Vlaanderen een topregio in Europa, maar het Belgisch immobilisme zorgt ervoor dat we langzaam maar zeker afzakken naar de middenmoot. Over enkele jaren zal de kost van de vergrijzing zwaar wegen op onze economie. Vlaanderen heeft dus geen tijd te verliezen. Het zou onvergeeflijk zijn indien de Vlaamse politici werkloos bleven toekijken hoe Vlaanderen verarmt door het Belgisch wanbeleid.
Het Vlaams parlement moet zijn verantwoordelijkheid nemen en eenzijdige stappen zetten naar onze onafhankelijkheid. Deze onderneming moet degelijk worden voorbereid en een goede communicatie zowel naar de eigen bevolking als naar de internationale gemeenschap is hierbij van cruciaal belang.
Laat de boodschap voor eenieder duidelijk zijn:

  1. De keuze voor een onafhankelijk Vlaanderen is geen keuze voor een chaotisch avontuur. In Vlaanderen zijn er politieke en administratieve structuren aanwezig die een ordentelijke overgang van België naar Vlaanderen mogelijk maken. Het is niet België of de chaos: België ís juist de chaos.
  2. Het Franstalig extremisme is de oorzaak van de Belgische blokkering. De Franstaligen maken met hun waanzinnige eisen over de uitbreiding van Brussel, de inperking van de taalwet te Brussel en vooral hun niet te stoppen financiële eisen elk fatsoenlijk bestuur onmogelijk.
  3. Op geen enkele wijze kunnen de Franstaligen in de Rand rond Brussel aanspraak maken op het statuut van nationale minderheid.
  4. De bescherming van het Vlaams karakter van Vlaams-Brabant is een legitiem uitgangspunt in de politiek en kan nooit afgewogen worden aan de zogenaamde antidiscriminatiewetten en -verdragen.
  5. Het onafhankelijke Vlaanderen moet waar mogelijk met Nederland de krachten bundelen om samen in Europa en de wereld een rol van betekenis te spelen.

Bedevaarders, wij naderen snel een cruciaal moment in onze geschiedenis. De operettestaat uit 1830 heeft afgedaan en ook het tijdperk van de Belgische staatshervormingen loopt naar zijn einde. Wij roepen de Vlaamse politici dan ook op om niet langer tijd te verliezen in een zoektocht naar het onvindbare compromis met de Franstaligen. Wie zich te zeer op het zuiden van het land verkijkt raakt het noorden kwijt. Stop dus met Belgische staatshérvormingen. Het is tijd voor Vlaamse staatsvórming.
Het is tijd om nu te durven met Vlaanderen.

Johan Vanslambrouck, Voorzitter
24 augustus 2008

yw2014-a4-250px