zondag september 21 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Gasttoespraak Johan Laeremans

IJzerwakers,

Met grote schroom maar ook met dankbaarheid heb ik na enig overleg met bestuursleden van enkele Vlaamsgezinde verenigingen, waarin ik actief ben, de uitnodiging van uw comité aanvaard om hier in een notendop in persoonlijke naam over de Vlaamse gordel rond Brussel te spreken. Zonder veel statistisch cijfermateriaal. Want dat kon u in velerlei boeken en tijdschriften lezen. O.m. dat van een zekere Bart: “Verbrusseling Tegengaan of ondergaan?” En dan begrijpt u het spreekwoord: “De appel valt niet ver van de zoon.”

Onder de hoofding: “Vlaanderen: laat de Rand niet los!” werden wij uitgenodigd voor de zesde IJzerwake in Steenstrate, waar twee jaar vóór de dramatische dood van de gebroeders Van Raemdonck in 1917 zowat zesduizend hoofdzakelijk Vlaamse soldaten bij de eerste Duitse gasaanval werden aangetast. Hier schreven soldaten op hoger bevel en aan beide zijden van de frontlinie de geschiedenis van de Grote Oorlog. Bij deze toen vier jaar durende IJzerwake in de meest mensonwaardige omstandigheden, onder anderstalig en vaak onderdrukkend bevel, hebben Vlaamse frontsoldaten de Frontbeweging uit de grond gestampt en de latere Frontpartij, draagster van het Vlaams-Nationalisme van toen, vorm gegeven.

Bij deze herdenking passen ingetogen  en dankbare terugblik maar ook doelbewuste en strategische vooruitblik.
 
“Hier ons bloed, wanneer ons recht?” schreven frontsoldaten op de Steen van Merkem. Ook wij, in de Vlaamse gordel rond Brussel, vragen wanneer wij eindelijk na vele jaren ontvoogdingsstrijd, waarbij wij in die gordel nog al eens het kind van de rekening werden, en waarbij het Arme Vlaanderen van Pater Stracke tot een rijke regio in Europa evolueerde, eindelijk een vanzelfsprekend onderdeel van een zelfbesturend Vlaanderen zullen worden. Neen, wij zijn geen Brusselse randgemeenten, die voor vele Vlamingen verloren schijnen en dus door franskiljons mogen opgeëist worden als pasmunt voor een ondermaatste splitsing van een kieskring.

Laat mij u in het kort het schoolvoorbeeld verhalen van Wezembeek-Oppem, mijn doelbewust verfranste gemeente uit uw en onze Vlaamse gordel.
 
In 1925 wordt de NV Immobilia opgericht met graaf Xavier de Henricourt de Grunne, de Wezembeekse burgemeester. Hij laat een algemeen plan van aanleg indienen met uitgebreid stratennet, waarbij een heel pak gronden van kleine boeren na verzet wordt onteigend omwille van openbaar nut. 6 frank per m² is het schamel onteigeningsbedrag waarmee de Vlaamse boerkens worden afgescheept. Op die manier beschikt deze maatschappij over 125 ha of zowat 1/5 van heel Wezembeek-Oppem. Vijf jaar later maakt ze werk van een electrificatie van de bestaande spoorweg naar Tervuren om hoofdzakelijk anderstaligen een grond te laten kopen in de buurt van deze spoorweg. In 1938 financiert ze een kapel om een overwegend Franstalige kapelanij, later parochie uit de grond te helpen stampen. Zes jaar later, in 1944, drie jaar vóór de laatste talentelling, bijna twintig jaar vóór Hertoginnedal, voert een verfranste en franskiljonse pastoor, Floeren Vest in de Vlaamse volksmond, een complete verfransing in de paroisse Saint-Joseph door: geen Vlaamse of tweetalige missen meer, geen Vlaamse biecht, geen Vlaamse communievoorbereiding of viering, geen Vlaamse huwelijksmissen, geen Vlaamse begrafenissen. Jarenlang pendelt een Vlaamse parochiedelegatie naar Mechelen om eindelijk na meer dan tien jaar aandringen van de hulpbisschop een Vlaamse vroegmis voor de meiden te krijgen. In 1955, dus acht jaar vóór het akkoord van Hertoginnedal zegent hij een Franstalige school in in zijn parochie. Kort na zijn aantreden als pastoor komt in 1947 een nieuwe telg van het geslacht de Grunne, Baudouin, de burgermeesterssjerp omgorden. Bij de laatste talentelling van 1947 wordt meteen bewezen geknoeid. Vanaf het begin worden avant la lettre faciliteiten in de praktijk meer dan gegund en toegepast. Hij maakt de gemeentelijke administratie onwettig tweetalig. Als goed bezoldigd directeur van de toenmalige Bond van Belgische Steden en Gemeenten is het voor deze graaf een koud kunstje om ook het lokale verenigingsleven en bijna vijftig jaar Vlaamse dorpspolitiekers te lijmen. Hij bestuurt aan het hoofd van zijn tweetalige lijst na de effectieve invoering van de faciliteiten, waarvan hij beweert de gangmaker te zijn geweest, met een afwisselend Nederlandstalig en franskiljons schepencollege. Hij is de grote promotor van megalomaan bouwproject Ban-Eik, waarvoor meer dan vierhonderd gezinnen tot in het verre Charleroi worden geronseld. Hij bereidt op die manier het pad van zijn nog veel franskiljonsere opvolger, baron van Hoobrouck, twee handen op één buik met zijn FDF-vriend Olivier Maingain. Vandaag is de tweetalige lijst van de Grunne politiek dood en begraven. Vandaag is het schepencollege bij ons compleet franskiljons, gisteren en vandaag vertikte en vertikt het Vlaamse decreten toe te passen. Wie kan ons verklaren waarom er al dertig jaar tegen de grondwettelijke regels in een Franstalige muziekschoolfiliale van Sint-Pieters-Woluwe kan bestaan? En dat de Vlaamse minister van Onderwijs en van de Rand daar geen stokje kan voor steken?

Vandaag is van Hoobrouck, recent nog kandidaat op de MR-FDF-senaatslijst en dus duidelijk Franstalig, samen met drie van zijn collega’s in Rode, Linkebeek en Kraainem nog altijd niet benoemd als burgemeester van een Vlaamse gemeente. Hopelijk hoort hij eindelijk minister Marino Keulen donderen.

Als symptomatische afsluiter voor de mentaliteit en de verdraagzaamheid van de lokale bewonderaars en parochianen van pastoor Vermeulen kan ik vertellen dat bij een stoetincident in de parochiekerk, de sluier van één van de wachtende meisjes in brand schoot. “Ce n’est qu’ une flamande” (Het is maar een Vlaams meisje) kon je horen fezelen.

En wat met de politieke vrijheid van mening aldaar? Wanneer in het Wereldtentoonstellingsjaar 1958 een groep Vlamingen een plaatselijke Volksuniemeeting wil houden, moeten zij een zaalveldslag met een twintigtal plaatselijke franskiljonse studenten uitvechten, die Frans Vander Elst en Wim Jorissen het spreken willen beletten.

Bij onderhandelingen over mogelijke verkavelingsplannen van de zes faciliteitengemeenten liet burgemeester de Grunne voor zijn gemeente straatplannen voorleggen waarin huis per huis de taalaanhorigheid te lezen was. Toch opvallend dat een blok met uitsluitend Nederlandstaligen in de Leopold III-laan op die plannen weggetoverd was.

En als Vlabinvest een gedroomd woonproject in Wezembeek-Oppem wil uitwerken voor vijfendertig wooneenheden, dan heeft het gemeentebestuur van deze Vlaamse gemeente met burgemeester baron van Hoobrouck de uitvoering ervan elf jaar tot vorig jaar laten aanslepen.

Zo hebben onze zes faciliteitengemeenten, Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem hun eigen verfransingsverhaal. De verfransing duurt aldaar, alle Vlaamse bevoegdheden en alle inspanningen van de Vlaamse overheid ten spijt, voort. De jongste gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen hebben het voldoende aangetoond.

Terwijl Vlaanderen, dus ook u, jaar na jaar nu al tien miljoen euro betaalt om het Franstalige kleuter- en  basisonderwijs in de Vlaamse faciliteitengemeenten te financieren,  heeft het in die scholen geen pedagogische en nauwelijks taalinspectie. Overleg daarover met Franstalig minister Arena haalt geen barst uit, en dus durft Vlaams minister Vandenbroucke geen eenzijdige en beloofde Vlaamse tegenmaatregelen treffen. Maar hij blijft wel de Franstalige scholen bij ons financieren en de Vlaamse school in Komen op de koop toe betoelagen omdat de Franse Gemeenschap het vertikt de federale taalwet toe te passen.

Reden te over om bij de huidige communautaire besprekingen de afschaffing van de 44 jaar oude en bovendien misbruikte faciliteiten op de onderhandelingstafel te leggen. Patrick Dewael kan zijn plechtige belofte dan eindelijk waarmaken. Die faciliteiten hebben immers een pak anderstaligen de gelegenheid geboden zich niet aan te passen. Zij hadden ook een onvoorstelbaar aanzuigeffect voor Franstaligen uit Brussel en Wallonië. Die waren en zijn allemaal uit vrije wil naar het Vlaamse Wezembeek-Oppem of andere gemeenten van de Vlaamse gordel gekomen. Zij hebben op aanstoken van de franskiljonse leiders en partijen met hun Herrenmentaliteit als bezetters stukken van deze gordel gekoloniseerd en er de lokale politieke macht gegrepen. Vandaag dreigen zij ermee voor wat grondwettelijk al meer dan twintig jaar moest gebeurd zijn, nl. de splitsing van de kieskring BHV en van het gerechtelijk mastodontarrondissement, Brussel, Vlaanderen, dus ieder van u, een zware prijs te laten betalen: de overheveling, al of niet na referendum, van een pak gemeenten naast de zes faciliteitengemeenten naar het Brussels Gewest. Waar zelfs Vlaamse politici als de Brusselaars Pascal Smet, Sven Gatz en Guy Van Hengel uit dit kunstmatig met veel Vlaams geld overgefinancierd gewest, geen traan zouden bij laten.

Als dankbare geste voor meer dan tachtig jaar politieke, geestelijke en taalkundige verknechting van het Vlaamse ommeland van Brussel, moeten we  volgens hen de nog steeds uitdeinende olievlek nieuw brandstof geven.

Alsof deze heren nooit hebben gehoord van de systematische verfransing sedert 1830 van al de negentien gemeenten van Brussel in de opeenvolgende annexaties of Anschluss-operaties van onze hoofdstad. Net alsof daar de taalwetten correct en hoffelijk worden nageleefd in een land, waar de Nederlandstaligen steeds de meerderheid hebben uitgemaakt.

Bij uitbreiding werden door de Vlaamse regering naast de zes faciliteitengemeenten ook nog 13 andere Vlaamse gemeenten bij haar strategische visie over de Vlaamse gordel rond Brussel onder de term “Vlaamse Rand” gevoegd. Dat zijn dan, in een toch wel kunstmatige indeling, de 13 Vlaamse gemeenten die ofwel aan Brussel ofwel aan één van de zes Vlaamse faciliteitengemeenten grenzen. In de ogen van de MUG-dienst van Erasme, o Lof der Zotheid, mag je daar probleemloos bijvoorbeeld Roosdaal aan toevoegen. Want in het Gezin van Pamel, en zeker in het bejaardenhuis aldaar, kan je in noodgeval een Franseentalige dokter op je dak krijgen. En waarom niet al de 35 gemeenten van Halle-Vilvoorde, waar MR eentalig Franse verkiezingsfolders laat verspreiden ten behoeve van intellectuelen die blijkbaar niet in staat zijn Nederlands te leren?

Voor die zogeheten Vlaamse Rand heeft Vlaanderen een bevoegd minister, beleidsnota’s en –brieven, een Randkrant en een vzw de Rand. Die regering doet daar, strikt binnen haar bevoegdheden wat ze meent te moeten en soms te kunnen doen. Allicht iets meer dan “Kurieren am Symptom.  Maar soms snijdt ze ook in eigen vel: medewerking aan een overbodig en duur Gewestelijk Express Net, het GEN, maar erger nog: haar voorstel voor een Vlaams Stedelijk Gebied rond Brussel. Tussen de stad in nog wat groen en wat parken om Breughel nog een reservaat te gunnen. Recent gaf de Vlaamse regering nog een zeer informatief rapport uit onder de titel “Sociaaleconomisch profiel van de Vlaamse Rand en een blik op het Vlaams karakter.” Daaruit blijkt geresumeerd en ik citeer “dat de bedreigingen van het Vlaams karakter niet min zijn en dat wat ze de “ontvlaamsing” noemt, verder toeneemt.”

Reden te over om de Vlaamse strategie, zowel van het Vlaams verenigingsleven als van de politici, waarvan sommigen nu aan een onderhandelingstafel zitten over een mogelijke federale regering, onder de loep te nemen.

  1. Is het wel opportuun om in onze benadering van de problematiek te blijven spreken over ‘De Rand’? Daarmee spelen we immers in op wat de Franstaligen, gevolgd door de meeste buitenlandse media, nu al decennialang ‘la périphérie bruxelloise” noemen. Alsof die integraal deel uitmaakt of zou moeten uitmaken van de Europese hoofdstad Brussel.
  2. Als al onze Vlaamse gemeenten grondwettelijk deel uitmaken van het Vlaams Gewest en zeker van het Nederlandse taalgebied, dan lijkt het creëren van een ‘Rand’ iets als een afzonderlijk taalgebied, dat vroeg of laat in de verdrukking komt of inwisselbaar voor wat dan ook zou kunnen zijn.
  3. Met die grondwet in het achterhoofd moet het voor iedereen duidelijk zijn dat geen enkele Vlaamse partij ook maar één gemeente en zelfs maar een gehucht of één straat van ons gewest en van ons taalgebied kan of mag prijsgeven. Daarvoor is grondwettelijk de helft van de Vlaamse Kamerleden en Senatoren nodig. Als het Belgisch Volkslied ons aanmaant: “Nooit zal men ons een morzel gronds ontwringen”, dan zie ik niet in waarom we deze aanmaning in de wind zouden mogen slaan.
  4. Wallonië houdt onverkort aan het territorialiteitsbeginsel van zijn grondgebied, Waals-Brabant is integraal Waals is. Waarom moeten wij dan de indruk geven dat dat voor Vlaams-Brabant niet het geval is? Wie in Waals-Brabant woont, is Waal. Wie in Vlaams-Brabant woont, mag zich blijkbaar zonevreemd gedragen en extra-territoriale rechten opeisen.
  5. In Waals-Brabant kan geen enkele kiezer een stem uitbrengen op een Nederlandstalig kandidaat uit Brussel of Vlaanderen. Waarom kunnen dan voor de Senaat in 35 Vlaamse gemeenten van Halle-Vilvoorde 233 Walen of Franstalige Brusselaars en voor de Kamer 284 Franstalige Brusselaars alleen al op Franstalige lijsten wel kandideren?

IJzerwakers,

Wie hier vandaag de IJzerwakers van negentig jaar geleden komt herdenken, moet beseffen dat die herdenking ook een opdracht inhoudt. Toen was het “ Hier ons bloed”, vandaag “Hier ons geld”  maar ook nog steeds  “wanneer ons recht?”

Samen met ons vragen wij u vanaf vandaag ook Gordelwakers te zijn. Die gordel is onlosmakelijk: ons en uw Vlaanderen.

In, maar ook buiten de partijpolitiek vragen wij u, samen met anderen daarvoor aan één en hetzelfde Vlaamse zeel te trekken. Vlaamse vrienden, laten we, in plaats van te scheiden, verbinden.  Die tijt es cort, hier is nog vele te doene. Met de oproep van de Roeselaarse Rodenbach doen wij met uw steun in de Vlaamse gordel voort in rusteloze werkzaamheid.

Laat mij eindigen met een actuele vraag en een vervulbare wens. Hoe vertaalt u naar het Frans “Het eindpunt van België?” “Le terme de la Belgique.” Aangevuld in de taal van de officieren aan het front alhier negentig jaar geleden: “Et pour les Flamands la même chose.

Johan Laeremans
19 augustus 2007

yw2014-a4-250px