zaterdag april 19 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Toespraak van de voorzitter

Het testament van de IJzersoldaten is één van die merkwaardige boodschappen die naarmate ze ouder worden steeds actueler worden.
De wereld is kleiner geworden en ook een conflict ver van hier kan rechtstreekse en diepgaande gevolgen voor ons hebben.
Wat thans in het Midden Oosten gebeurt, kan niemand onberoerd laten.
Het conflict tussen Israël en de Arabische wereld is een complex gegeven en niemand heeft een pasklare oplossing. Maar het moet ondertussen toch wel voor eenieder duidelijk zijn dat dit conflict enkel kan gestopt worden als het recht op zelfbeschikking voor elk volk in dit gebied gerespecteerd wordt.
Israël moet veilig kunnen bestaan, maar een zelfstandige Palestijnse staat met daadwerkelijke economische levenskansen is evenzeer noodzakelijk om een duurzame vrede tot stand te brengen.
Elke staat heeft het recht en zelfs de plicht om zijn burgers te beschermen tegen terroristische aanslagen. Maar het antwoord op politieke terreur kan en mag nooit staatsterreur zijn. Wat Israël in Libanon heeft aangericht overschrijdt ver de grenzen van het gepaste antwoord.
Allicht zal een internationale vredesmacht de vechtende partijen gescheiden houden. Vraag hierbij is: moeten ook wij soldaten leveren voor deze troepenmacht? De houding van de Vlaamse Frontsoldaten moet ons hierbij vandaag inspireren. Het is onze menselijke plicht om de getroffenen door het oorlogsgeweld met humanitaire acties bij te staan. Wij kunnen deelnemen aan diplomatieke en economische druk om een oplossing tot stand te brengen. Maar het is moreel niet te verantwoorden om Vlaamse soldatenlevens op het spel te zetten in conflicten die in wezen aan ons vreemd zijn.

Mogelijks worden wij in de nabije toekomst geconfronteerd met een verdere verspreiding van kernwapens. Het is een beangstigende gedachte dat het door islamfundamentalisten bestuurde Iran en het stalinistische Noord-Korea over kernwapens zouden kunnen beschikken.
Het zelfbestuur van volkeren – met inbegrip van het recht op zelfverdediging – is een principe dat de grondslag vormt voor onze houding in de internationale politiek. Maar laten we daarbij niet naïef zijn. De wereld wordt er niet beter op als landen als Iran of Noord-Korea over kernwapens kunnen beschikken.
De internationale gemeenschap heeft het recht en de plicht om door politieke en economische druk deze ontwikkeling te stoppen.
Als erfgenamen van het ‘nooit meer oorlog’-principe kunnen we echter op dit ogenblik geen militaire interventie aanvaarden. Er zijn reeds te veel oorlogen gevoerd om de vrede te bewaren. Eén Irak is er één te veel.

De internationale ontwikkelingen – hoe belangrijk ook – mogen onze aandacht niet afleiden van onze belangrijkste opdracht: het verwezenlijken van de onafhankelijke Vlaamse staat.
Bij het eeuwfeest van het Belgisch onding dichtte René De Clercq reeds:

“Daar is een Belgisch koning, veel Belgische vertoning,
Een Belgische vlag en een Belgisch lied,
Maar Belgen, Belgen zijn er niet.”

Zij die vandaag goed leven van het halfslachtige federale status quo houden ons voor dat het Vlaamse zelfbestuur grotendeels gerealiseerd is. René De Clercq parafraserend kunnen wij zeggen

“Daar is een Vlaamse regering, veel Vlaamse belering,
Een Vlaamse vlag en een Vlaams lied,
Maar Vlaamse macht, Vlaamse politieke macht die is er nog altijd niet.”

Over enkele weken trekt Vlaanderen naar de stembus voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen. Verkiezingen waar voor het eerst niet-Europese vreemdelingen over stemrecht beschikken. Dit stemrecht werd ons opgedrongen door een Franstalig front, tegen de wil van de Vlamingen in.
Dit feit zegt meer over de werkelijke krachtsverhoudingen in dit land dan een hele cursus staatsrecht. Thans blijkt dat ook de vreemdelingen zelf lang geen vragende partij waren voor dat stemrecht. In een stad als Mechelen maakt niet eens vier procent van de vreemdelingen gebruik van dit stemrecht en dit na een intensieve campagne gefinancierd met overheidsgeld.
Het vreemdelingenstemrecht zal voor de meeste gemeenten in Vlaanderen dus weinig of geen politieke gevolgen hebben. Maar het opdringen ervan door de Waalse minderheid blijft onverkort een smet op de Vlaamse democratie.
Die politieke gevolgen laten zich wel voelen te Brussel en uiteindelijk was het de Parti Socialiste vooral daarom te doen. De PS wil door het ronselen van stemmen bij vreemdelingen haar machtspositie in de hoofdstad uitbouwen.
Het praktische gevolg is ondertussen wel dat Vlaamse lijsten nog maar bitter weinig kans maken om mandatarissen af te vaardigen in de gemeenteraden.
Met als resultaat dat in zowat alle Brusselse gemeenten de Vlamingen een onderkomen hebben gezocht op Franstalige lijsten. Niet zomaar bij geestverwanten, maar ook bij de Vlamingenhaters van de MR-FDF-tandem. Ook bij de maffiosi van de Parti Socialiste.

Mag het ons nog verbazen dat deze zogenaamde Vlamingen geen krimp geven als de taalwetten te Brussel genegeerd worden? Kan het nog verbazen dat deze collaborateurs in alle talen zwijgen over de schandelijke taaltoestanden in de Brusselse ziekenhuizen? Ziekenhuizen waar men personeel zoekt dat Frans en Arabisch kent, Frans en Roemeens, Frans en Pools, Frans en noem op welke taal, als het maar niet het Nederlands is.
Diegenen die graag heel euforisch doen over diversiteit en veelkleurigheid zijn vaak dezelfden die niets onverlet laten om het Nederlands weg te zuiveren uit Brussel.
De onwil bij de Franstaligen om Nederlands te leren tart alle verbeelding. Het is goed dat de Vlaamse minister president hieraan herinnert. Maar dat volstaat niet. De Vlaamse regering moet nu de daad bij het woord voegen en met een krachtig Vlaams beleid verfransing rond Brussel tegengaan.
Als wij vandaag opkomen voor een onafhankelijke Vlaamse staat werpt men ons vaak voor: wat met Brussel?
In onze strategie tegenover Brussel moeten we twee dingen goed voor ogen houden:
1. In de huidige situatie is de Vlaamse invloed te Brussel onbestaande. Politiek en sociologisch hebben de Vlamingen Brussel verloren.
2. Slechts datgene wat we zelf opgeven is definitief verloren.

Uit het eerste gegeven volgt dat het Brussels dreigement om een zelfstandige Franstalige stadstaat te worden bij het uiteenvallen van België, ons geenszins mag verhinderen om toch de Vlaamse onafhankelijkheid na te streven. We kunnen immers niet verliezen wat we al kwijt zijn, we kunnen het alleen heroveren.
De vraag is trouwens niet wat Vlaanderen verliest indien Brussel zich afscheidt, maar wel wat Brussel kan beginnen zonder Vlaanderen.
Zonder massale Vlaamse investeringen in de mobiliteit wordt Brussel op korte termijn een zo goed als onbereikbaar eiland. Brussel is als zelfstandige staat financieel niet leefbaar. Er wonen te Brussel inderdaad welstellende burgers, maar nog veel meer steuntrekkers en paria ’s van allerlei slag.
Veel wijken liggen er verwaarloosd en verloederd bij. Brusselse separatisten die de redding verwachten van Europa vergeten dat de Europese instellingen enkel te Brussel blijven omdat de Belgische staat daar veel geld voor over heeft. Een financiële inspanning die Brussel zelf niet kan opbrengen.
Brussel is vandaag een verarmde en verloederde stad, maar het blijft onze stad. Daarom moet Vlaanderen bereid blijven om in deze stad te investeren. Maar niet te allen prijze. Bij de Vlaamse staatsvorming is het uitgangspunt dat Brussel een Vlaamse stad wordt met een tweetalig statuut.

De Brusselse structuur moet eenvoudig, doorzichtig en efficiënt worden. Met ruimte voor de Brusselaars om de zaken die enkel henzelf aanbelangen ook zelf te regelen, maar zonder inspraak van de buurstaat Wallonië.
Vlaanderen kan aan Brussel als echte Europese en Vlaamse hoofdstad een nieuwe toekomst bieden. Wie het goed meent met Brussel kan hierop niet neen zeggen. Het alternatief is verder verval in een gespleten samenleving met grote luxe en rijkdom langs de ene kant en uitgesproken marginalen aan de andere kant.
2007 wordt een belangrijk jaar voor de Vlaamse zelfstandigheid. De oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde kan dan niet langer naar achter geschoven worden.
Ondanks een economisch en demografisch overwicht, ondanks het onbetwistbare juridische gelijk zijn de Vlaamse politici er niet in geslaagd om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. De reden ligt voor de hand: er stond een eensgezind Franstalig afwijzingsfront tegenover een hopeloos verdeelde Vlaamse politieke klasse.
Vlaamse frontvorming is dus het gepaste antwoord op de Franstalige arrogantie rond Brussel-Halle-Vilvoorde, de nachtvluchten, de transfers en zovele andere hete hangijzers.
Wie de Vlaamse politiek blijft opdelen in zogenaamd ‘democratische’ en ‘ondemocratische’ partijen, maar ondertussen wel onderhandelt met de Vlaamshatende racisten van het FDF en met de corrupte Parti Socialiste is hypocriet en dus ongeloofwaardig.
Sterker nog: deze houding zorgt op een cruciaal moment voor een verzwakking van de Vlaamse politieke macht en legt dus de basis voor een nieuwe debacle.
De Vlaamse kaarten liggen momenteel niet gunstig voor de onvermijdelijke besprekingen van 2007. Van enige Vlaamse frontvorming is geen sprake. Er zijn ministers die de handdoek in de ring gooien, nog voor de confrontatie begonnen is.
Wat moeten we denken van een minister die zonder slag of stoot de luchthaven op Zaventem wil prijs geven, enkel en alleen om de Franstaligen te behagen?
Wat moeten we denken van een premier Verhofstadt die bovenop alle grendelwetten, alarmbelprocedures en een paritaire federale regering de Franstaligen ook nog een paritaire Senaat wil cadeau doen? Is dat de prijs waarmee hij een derde ambtstermijn hoopt af te kopen?
Van dat soort staatshervormingen willen wij onder geen beding weten. Wat we nodig hebben is niet een Belgische staatshervorming, maar Vlaamse staatsvórming.
Wij hebben schoon genoeg van de onredelijke transfers naar Wallonië. Wij hebben genoeg van de fratsen van de Vlamingenhaters als Laurette Onckelincx, die haar kabinet bevolkt met een internationaal gezochte drugsdealer (een ervaringsdeskundige allicht) en ondertussen een patent heeft op het laten lopen van gevaarlijke misdadigers en terroristen.
Wij hebben ten slotte genoeg van de fratsen van een koningshuis waar een nietsnut met een jaarinkomen van 300.000 euro doodleuk komt vertellen dat hij niet rond komt.
Wat ons betreft hebben Laurette en Laurent een toekomst als tragikomisch duo, maar uit het Vlaamse openbare leven moeten ze weg blijven.
De onafhankelijke Vlaamse staat is ten slotte nodig om de democratie te herstellen in Vlaanderen. Het democratisch deficit binnen de Belgische federatie is enorm. Wat ook de uitslag van de verkiezingen is, het beleid blijft grotendeels hetzelfde. Gewoon omdat de beruchte Belgische evenwichten geen andere keuze toelaten.
In een onafhankelijk Vlaanderen kan het politiek debat terug de betekenis krijgen die het toekomt.
Dat debat moet met argumenten gevoerd worden, niet met valse sentimenten. Het demoniseren van politieke overtuigingen levert geen bijdrage tot een goed bestuur.
Tegenover de haatdronken Barmannen die uit naam van de verdraagzaamheid een extreme onverdraagzaamheid prediken zeggen wij met Frans Daels:
“Vergeet nooit dat niemand van ons het monopolie van het goede bezit, ook niemand het monopolie van het kwade, maar dat ieder van ons mag hopen toch een deel goeds en een deel rechtvaardigs in zijn streven te bezitten.”
Bedevaarders, op 11 juli 1917 verscheen de eerste open Frontbrief, volgend jaar dus 90 jaar geleden. Daarmee begon de moderne Vlaamse Beweging.
2007 is dus een geschikt jaar om eindelijk het Vlaamse zelfbestuur te realiseren in de enige vorm die daarvoor geschikt is: de onafhankelijke Vlaamse staat.

Johan Vanslambrouck
Voorzitter

yw2014-a4-250px