zaterdag oktober 25 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Gasttoespraak Eric Defoort

De “IJzerwake” herdenkt. En dat is goed. Men komt niet van nergens. Het is een hoogst ridicule puberale gedachte dat de wereld bij jezelf begint. Men is onvermijdelijk ook een afstammeling, en pas wanneer men dat aanvaardt kan men de ambitie hebben een voorvader te worden. Het is gezond en verrijkend je verleden te koesteren, maar het is steriel je heden erin te koesteren. Je haalt inspiratie uit het verleden, maar het heden en de toekomst mogen er niet door gedetermineerd worden, mogen noch kunnen er een kloon van worden. Ik las ooit een mooie verwoording van deze gedachte – ik citeer -: “De voorvaderen moeten in mij, herboren, voortleven, scheppend voor een verder gevorderde wereld”.

Zo beleef ik dat ook m.b.t. het Vlaams-nationalisme. Hier te Steenstrate voel ik mij, samen met U, over vele generaties heen verbonden met de Vlaamsgezinde Frontsoldaten, de verwekkers van de Frontbeweging en later van de Frontpartij, dragers van een politiek Vlaams-nationalisme. Vanuit hun toenmalige “Godsvrede”-gedachte probeerden zij de levensbeschouwelijke verschillen, hoofdzakelijk tussen katholiciteit en vrijzinnigheid, in de politieke praktijk te overstijgen binnen één Vlaams-nationaal partijverband. Maar een echt succesverhaal werd die godsvrede van toen niet. En tot op vandaag, zovele decennia later, blijft “Godsvrede” een grote Achilleshiel van het Vlaams-nationalisme. Uiteraard geef ik dat concept van “Godsvrede” in deze beginnende 21ste eeuw een bredere inhoud dan de nagenoeg strikt levensbeschouwelijke waar het de Fronters in de eerste deccennia van de vorige eeuw om te doen was.

Ik zie hier op deze weide een aantal vriendinnen en vrienden waarvan ik de schakeringen in hun maatschappelijk denken zowat ken. Ik zie vele kennissen die ik op sommige punten enigszins politiek kan situeren. Ik zie U allen, meerdere duizenden die ik niet ken. Maar ik heb hier en vandaag de zekerheid dat wij met z’n allen alvast één streven delen, te weten het streven naar een Vlaamse natie die via een eigen Staat welvaart en welzijn schept voor haar burgers, die onbevoogd en open deelneemt aan het internationale gebeuren. En precies vanuit die positieve betrachting, en niet uit welkdanig negativisme, zijn wij met z’n allen separatist, niet op een omfloerste maar op een open , enthousiaste, assertieve wijze. Het gaat hier zondermeer om opties die binnen een parlementaire democratie voluit een legitiem en honorabel bestaansrecht hebben.

Maar er is een probleem. Sta me toe om heel concreet te zijn. Een zeer goede Vlaams-nationale vriend krijgt in privékring van mij nu en dan plagerig te horen: “Wij willen deze Belgische Staat splitsen, maar we slagen er nog niet in om een kiesarrondissementje gesplitst te krijgen”. Mag men zoiets niet uitspreken om moedeloosheid te ontlopen? Deze konfrontatie kan hard zijn, maar ze kan tegelijkertijd uiterst heilzaam zijn omdat ze ons verplicht de oorzaken van een dergelijk, ergerlijk, Vlaams-nationaal onvermogen te benoemen. Ze zijn ongetwijfeld velerlei, maar een ervan is trefzeker een niet werkzame en soms zelfs onbestaande “Godsvrede”. Hoezo?

Hier te Steenstrate willen wij met z’n allen de Vlaamse zelfstandigheid. Maar ik weet met een even grote zekerheid dat wij onderling bijwijlen zeer uiteenlopende en soms zelfs haaks op elkaar staande meningen hebben over belangrijke aangelegenheden, sociale, ethische, economische, culturele, filosofische… en ga zo maar door. Het getuigt van een levendig democratisch gebeuren binnen Vlaanderen, met alle kleuren van de regenboog die, zoals iedereen weet, onvermijdelijk loopt van uiterst links naar uiterst rechts en vice versa. Dit democratische gehalte van Vlaanderen wordt wel voortdurend bedreigd door diegenen die op een autoritaire ondemocratische manier, liefst verscholen achter ethische voorwendsels, of het uiterst linkse, of het uiterst rechtse deel van de boog willen wegsnijden. Ze roepen dat “linkse ratten hun matten moeten rollen”, waarop de tegenkreet komt dat “rechtse mestkevers “moeten worden uitgeroeid”. En tot slot zien de “ratten” en de “mestkevers” in het centrum van de boog alleen nog “mosselen”. Voorwaar, een beestenboel.

De regenboog moet stuk onder het motto: “De gedachten zijn vrij op voorwaarde dat het de mijne zijn”. Buiten het Vlaams-nationalisme is de ijver in deze richting des te groter. Belgicisten zijn als de dood voor een Vlaams-nationale godsvrede die ze steeds weer onderuit trachten te halen via de, in een democratie, hoogst normale verschillen in ethische materies, in sociale keuzes, in economische opties, in internationale politieke opstellingen … en zo verder. En tot op heden vonden zij binnen Vlaams-nationale middens nu en dan objectieve bondgenoten in de ondermijning van die godsvrede, essentieel instrument in de democratische strijd voor onafhankelijkheid. In dat verband past , hier te Steenstrate, een “groot pardon” tegenover de talloze Vlaams-nationale militanten verspreid over de U nu al bekende regenboog. Ik spreek dat “pardon” uiteraard alleen in mijn eigen naam uit, maar zet bij deze ook anderen ertoe aan om hetzelfde te doen: Ook ik heb, uiteraard met goede maar nationaal niet altijd doordachte bedoelingen , bijwijlen objectief meegewerkt aan een ondergraving van de “Godsvrede” als een van de hefbomen naar onafhanklijkheid. Ik wil bij deze een engagement aangaan, en roep iedereen op dit samen met mij te doen. Het is geen engagement om opinies allerhande over zovele uiteenlopende maatschappelijke aangelegenheden af te zweren, of zelfs nog maar onder de korenmaat te houden. Integendeel. Binnen een parlementaire democratie kunnen wij rustig onder elkaar over dat alles van mening verschillen en, wanneer wij het nodig achten, zelfs als harde tegenstanders van elkaar optreden. Een dergelijke situatie zal trouwens ook in een onafhankelijk democratisch functionerend Vlaanderen blijven bestaan. Het engagement geldt wel voluit dat bovengenoemde verschillen nooit meer de godsvrede m.b.t. onze nationale aangelegenheid, te weten de democratische strijd voor onafhankelijkheid , mogen doorbreken. Onder die modaliteiten maken we allen samen enthousiast tot ons devies: als het om de natie gaat zijn wij één..

Bij die “godsvrede“ kan, in deze beginnende 21ste eeuw, een strategisch luik niet ontbreken. Vlaams-nationalisten opereren politiek vanuit meerdere partijen. Deze situatie hoeft niet onontkoombaar de “godsvrede” in gevaar te brengen. Onder bepaalde voorwaarden zou ze zelfs de slagkracht van het Vlaams-nationalisme kunnen vergroten. En een van die voorwaarden is de “godsvrede”. Zij die deelnemen aan de macht en beweren stap voor stap te werken aan de weg die naar onze onafhankelijkheid moet leiden, zijn Vlaams-nationaal en democratisch goed bezig… als ze ook effectief belangrijke stukken van die weg afwerken en als de daarbij gesloten kompromissen Vlaanderens toekomst niet blijvend afremmen. Zij die in de oppositie zitten kunnen niet aflatend en kompromisloos de these van Vlaanderens onafhankelijkheid naar voorschuiven, en door hun sterkte de Vlaams-nationale collega’s en hun kartelpartners die deelnemen aan de macht, onder de dreiging van een dodelijke electorale afstraffing, tot verdere stappen dwingen. Op die manier zijn ook zij Vlaams-nationaal en democratisch goed bezig, en het tegendeel van “niets doende schreeuwers aan de kant van de weg”. De eersten krijgen vanuit de machtsuitoefening de neiging om zich exclusief te focussen op het “mogelijke”. De tweeden beklemtonen vanuit de oppositie voortdurend het “noodzakelijke”. Hierbij denk ik onvermijdelijk aan een voormalige hoofdredacteur van de N.R.C., de heer Heldring, die ooit schreef – ik citeer -: “Als je alleen wil bereiken wat je kan bereiken, dan zal je zelfs dat laatste niet bereiken”. Maar deze twee elementen , het “mogelijke” en het “noodzakelijke” hoeven niet tegenover elkaar te staan. Ze kunnen samenkomen in de uitstekende operationele twee-eenheid van de “godsvrede”. Immers, politiek is niet, zoals zovelen maar al te graag uitbazuinen, “de kunst van het mogelijke”. Politiek is wel “ de kunst om mogelijk te maken wat noodzakelijk is”.

En als straks, en vooral over een jaar, begrijpelijke electorale concurrentiële spanningen hoogtij vieren, en als regeringsonderhandelingen de zenuwen slopen, laten Vlaams-nationalisten dan, in hun normale onderlinge strijd om de kiezer en om de macht, nooit meer het “godsvrede”-principe vergeten: “ als het om de natie gaat zijn we één”. Dan kunnen we rustig en trefzeker een passage uit een lied dat ons allen heel dierbaar is, parafraseren tot: “Ze zullen ons niet temmen”.

Eric Defoort
20 augustus 2006

yw2014-a4-250px