zondag november 23 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Geestdriftige anti-Belgische IJzerwake: weerwerk tegen “175 jaar”

ijzerwake2005-250x373Al dreigde het druilerige regenweer onze vierde IJzerwake, op zondag 21 augustus jl., soms ernstig te verstoren, de geestdrift, het radicalisme en de stijl waren toch niet klein te krijgen! - Met het sterke motto “Na 175 jaar wanbestuur: Vlaanderen onafhankelijk! “ bood deze IJzerwake fel weerwerk tegen de slappe herdenking van “175 jaar België”. Spijts het gure, gelukkig niet al te frisse, weer kwamen zeker even veel of zelfs meer bedevaarders naar de weide bij het monument van de Gebroeders van Raemdonck. Het jongleren met uiteenlopende en liefst zo laag mogelijke aantallen door de correcte en meedravende perslui houdt de opgang van IJzerwake niet tegen. Ook de stijl, de toespraken, de bindteksten, de liederen, de imposante en aangrijpende bloemenhulde en de onvergetelijke apoteose met een zee van zwart-gele én oranje-blanje-bleu-vaandels wijzen er op: wij gaan naar een hernieuwde, voorname en radicale, Vlaams-nationalistische en dus anti-Belgische IJzerwake, in feite de “nieuwe IJzerbedevaart”.

Bezield ging Pater Adriaan Aernouts voor in de Eucharistieviering, bijgestaan door E.H. Luc Vranckx, E.H. Cyriel Moeyaert en E.H. Wilfried Pauwels. De prachtige, Groot-Nederlandse tekst van priester Elias Dupon zaliger, ten dele gebaseerd op ‘Torens van Dietsland’ van Wies Moens, droeg opnieuw dit ingetogen begin van de IJzerwake. Tijdens de mis vertolkten het Antwerpse ‘Scheldekoor’, o.l.v. Jan Fossey en het Gentse Emiel Hullebroeckkoor, o.l.v. Wis Versyp, vier innige en vertrouwde liederen: ‘Lieve Vrouwe van ons land’, ‘Vlaamse Moeders’, ‘Lied van mijn land’ en ‘Gebed voor het vaderland’. Een muzikale kracht die de IJzerwake voorbeeldig droeg en die koren en samenzang begeleidde, was de ‘Zwalmfanfare’ o.l.v. Cary De Clercq en Fernande Grison. Regisseur Luc Lemmens en dirigent Gust Teugels konden dit ensemble in extremis engageren nadat ‘Piston’ verstek had gegeven.

Na een meeslepende inleiding door de Zuid-Oost-Vlaamse muzikanten, leidden Elke Heylen en Hans Schoofs de IJzerwake aangrijpend in met de voordracht van Aleidis Diericks onvergetelijk gedicht ‘De dag begint op een wei’ (terugdenkend aan Anton van Wilderodes ‘De dag begint bij een puin…. in Diksmuide). De bezwerende symboliek van de vele Vlaamse en Dietse vaandels op die weide bracht de dichteres groots onder woorden: “De dag begint met een vlag./ Eén vlag, zwart en geel op de wei/ en uit alle steden en streken/ stromen de vaandels erbij/ en zo wordt de weide als een zee,/ een vloedgolf van goudgeel en zwart; / hier staat een volk dat herlééft/ hier klopt, van Vlaanderen, het hart! “

Met een drieledig verhaal van 175 jaar Belgisch wanbestuur en 175 jaar Vlaamse vrijheidsstrijd - naar de woorden van Rodenbachs “Lied der Knapenschap”: 1. “ ‘t Verleden leeft in ons”, 2. “Het heden hoopt ons”, 3. “De toekomst straalt voor ons” - hielden de mensen van regie en programmacommissie het talrijke en aandachtige publiek in hun ban! In zijn bindteksten gaf Erik Verstraete krachtig gestalte aan de grote levenwekkers en opvoeders die ons volk in zijn ontvoogdingsstrijd, moeizaam maar volhardend, voorgingen in de tragische én glorieuze momenten. Liederen en muziek accentueerden dat telkens: het opwekkende ‘Daglied’ van Armand Preud’homme, Rodenbachs ‘De Blauwvoet’, het ‘Rodenbachlied’ (“Eens klonk in het land van de Kerels”), “Omdat ik Vlaming ben”, ‘Amnestielied’, ‘Voor Outer en Heerd’, ‘Vlaanderen’ (“Vlaanderen alleen is het land naar mijn zin”), ‘Groeninghe’ en de drie nationale liederen. Een bijzonder indrukwekkend moment was de hulde aan verscheidene grote doden uit onze vrijheidsstrijd, o.a. aan Rodenbach, Robrecht de Smet, Lode Dosfel, Emiel Hullebroeck en Leo Vindevogel, die als zinnebeeld werden gesteld voor de duizenden die hun leven veil hadden voor de volkse zaak en die werden vervolgd en vermoord door de wanstaat België. Sterker en beklijvender kon dit niet onder woorden worden gebracht dan door het gedicht ‘De plicht van een volk’ van Aleidis Dierick, dat als volgt besloot: “Vlaanderen! eert hén, uw doden; / de helden, de groten, de namelozen! / Leg als een kreet op hun graf / het symbool: het Zonnerad / en de nachtzwarte rozen!” Dat alles werd ontroerend en mooi begeleid door de bloemenhulde. - Zo werd, voornaam en innig, het eerste deel van deze IJzerwake besloten.

“Het heden hoopt op ons”: tijdens het onder dit motto verlopend tweede deel van de Wake, werden de Vlaamse eisen tot splitsing nog eens met nadruk gesteld: “SPLITS Brussel-Halle-Vilvoorde, SPLITS de sociale zekerheid, SPLITS justitie, SPLITS openbare dienstverlening”. Voorzitter Johan Vanslambrouck zette die eisen kracht bij en het “België, barst!” bleef uiteraard niet uit de lucht. Tijdens de daaropvolgende omhaling werd volkseigen muziek, door de muziekgroep ‘Aroendel’, en de stijlvolle mannendans ‘Trawantel’ door speelschaar Ossaert ten beste gegeven en gewaardeerd.

Tijdens het derde gedeelte, onder het motto “De toekomst straalt voor ons”, richtte Hugo Portier, erevoorzitter van het ANZ, zich tot de - hier ook weer talrijk aanwezige - jeugd in een scherpe en radicale toespraak. Ter nagedachtenis van de verleden jaar gestorven West-Vlaamse toondichter Herman Roelstraete, zong Gust Teugels diens mooie lied ‘Vlaanderen’: “Vlaanderen alleen is het land naar mijn zin….”

“De apotheose van deze IJzerwake staat in het teken van 175 jaar België, maar dan in averechtse en rebelse zin”, zo klonk het en dat luidde meteen een grandiose slotmanifestatie in: honderden zwart-gele en enkele oranje-blanje-bleu-vaandels schreden naar het podium en stelden zich daar op, terwijl Jef van Hoofs ‘Groeninghe’, als strijdkreet voor de toekomst weerklonk uit duizenden monden. - Johan Vanslambrouck, prof. Michiel Debackere en Karel Canfijn spraken dan de eerste strofe van Verschaeves - in Diksmuide nu verwaarloosde - ‘Eed van Trouw’ uit - “Wij heffen hart en handen / voor ‘t heil der Nederlanden….” en werden in de tweede strofe bijgetreden door een overtuigde “massa” nationalisten: “O land van roem en rouwe, / van liefde en lijdensnood, / gij wordt weer vrij en groot! / Wij zweren houwe trouwe / U, Vlaanderen, totterdood! “ - Hoopvol klonken ook de laatste woorden van de bindteksten: “Wij verlaten deze wake met het woord van Wies Moens: ‘Wij zijn de bouwers van de tempel niet, wij zijn alleen de sjouwers met de stenen!’ Weest bereid! Een nieuw jaar brengt ons hopelijk en eindelijk de zege: een onafhankelijk Vlaanderen in een stralenkrans van vrije Euopese volkeren.”

Erik Verstraete

yw2014-a4-250px