donderdag augustus 21 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Toespraak van de voorzitter


2005 is een feestjaar zegt men ons. Dit jaar vieren wij 175 jaar België, 25 jaar federalisme en ik voeg eraan toe: ook 60 jaar Belgische repressie. Zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog blijft dit feestende land de enige staat ter wereld waar de juridische nasleep van die oorlog blijft voortduren.
Wij blijven de amnestie-eis stellen, niet omdat amnestie nu nog een bijdrage zou kunnen leveren tot verzoening, maar wel als aanklacht tegen het blijvende onrecht van de repressie. Een aanklacht ook tegen de schurkenstaat België die nooit ons vaderland is geweest en dat ook nooit zal worden.

Zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog is de wereld er niet veiliger op geworden. Totalitaire en onberekenbare staten als Iran en Noord-Korea dreigen in het bezit te komen van nucleaire wapens. De wereldgemeenschap mag dit niet op zijn beloop laten en moet met alle passende middelen deze ontwikkeling stoppen zonder nochtans de fouten van het verleden te herhalen. Het arsenaal aan niet-militaire middelen volstaat ruimschoots om deze gevaarlijke gang van zaken te stoppen.
Onze samenleving wordt trouwens niet op de eerste plaats door oorlog bedreigd. New York 11 september, Madrid 11 maart en Londen 7 juli zijn even zovele mijlpalen van die andere, zoveel gevaarlijker dreiging van het islamitisch terrorisme. Het krachtigste wapenarsenaal staat machteloos tegenover dit terrorisme.
Het concept “verdediging met niet-militaire middelen” – destijds het stokpaardje van professor Frans Daels, de eerste voorzitter van het IJzerbedevaartcomité – krijgt hierbij een bijzonder actuele betekenis.
Weerbaarheid tegen fundamentalisme begint met mentale weerbaarheid.

Er is in onze samenleving geen plaats voor politieke of religieuze stromingen die de fundamentele waarden van onze samenleving niet respecteren. Scheiding tussen godsdienst en politiek, gelijkwaardigheid van man en vrouw, persoonlijke gewetensvrijheid en vrijheid van meningsuiting zijn onaantastbare waarden die nooit mogen worden ingeperkt omwille van een verkeerd begrepen “verdraagzaamheid” tegenover een godsdienstig geïnspireerde onverdraagzaamheid.
Deze fundamentele waarden zijn het product van een lange geschiedenis. Wie aan deze geschiedenis geen deel heeft gehad, kan deze waarden dan ook niet op dezelfde manier bezitten als wij. De Europese Unie moet een goed nabuurschap nastreven met de ons omringende landen, maar moet tevens Europees blijven.

Typisch voor Europa is haar verscheidenheid van volken en talen. Die verscheidenheid moet behouden blijven en het Europese project moet zich beperken tot die domeinen van de politiek waar een grootschalige Europese aanpak nodig is. Europa moet zich dus onthouden van alles wat onderwijs en cultuur is en wat de sociale zekerheid betreft moet het zich beperken tot een basisregeling.
De beste garantie tegen fanatisme en onverdraagzaamheid zijn zelfbewuste gemeenschappen, met een open venster op de wereld, maar zich bewust van hun eigen waarden en tradities.

België is niet het geschikte instrument om aan zo’n gemeenschap te bouwen.
175 jaar België staat voor evenveel jaren van onmacht, en wanbeleid.
We zijn heel wat gewoon geraakt in dit land, maar de vaudeville rond Brussel-Halle-Vilvoorde slaat toch alle records.
Wij hebben – voor wie het nog niet wist – kunnen leren wat de Waalse politici van hun regio gemaakt hebben: een vijandige agressieve imperialistische mogendheid.
De splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde is geen onbelangrijke technische kwestie omtrent de organisatie van verkiezingen.
Zolang deze kieskring niet gesplitst is hopen de Franstaligen om vroeg of laat een deel van dat gebied in te lijven bij Brussel. Het gaat dus om de verdediging van ons grondgebied en om niets minder dan dat.
Het respecteren van mekaars grenzen is een basisgegeven in internationale betrekkingen. Mocht Wallonië een onafhankelijke staat zijn, dan zou het Internationaal Gerechtshof ongetwijfeld sancties uitvaardigen wegens zijn houding tegenover Vlaanderen.
De Brussel-Halle-Vilvoorde historie heeft ook ten overvloede aangetoond wat België is. Of liever wat België vooral niét is. België is om te beginnen geen rechtsstaat. In een rechtsstaat worden beslissingen van rechtbanken gewoon uitgevoerd, zonder gemarchandeer onder partijen. Niet zo dus in het apenland België. De Vlamingen hebben destijds een onwaarschijnlijk hoge prijs betaald in ruil voor de federale ordening. Wij hebben met allerlei grendelwetten en pariteiten onze democratische meerderheidspositie opgegeven. En wanneer het erop aankomt om de volledige consequenties van die veel te duur betaalde grondwet in de praktijk om te zetten moeten we niet alleen eerst bij een rechtbank aankloppen, sterker nog, men schijnt het vanzelfsprekend te vinden dat Vlaanderen nogmaals betaalt om zijn juridisch gelijk in de praktijk om te zetten.
Verder is gebleken dat België geenszins een parlementaire democratie is.
PS-voorzitter Di Rupo drukte het zo uit: Als de Vlamingen hun meerderheid gebruiken om hun wetsvoorstel eenzijdig goed te keuren in het parlement, dan is die democratie het einde van België. Di Rupo heeft gelijk. Men is ofwel democraat ofwel Belg, maar beide samen kunnen niet.

De BHV-historie zegt ten slotte ook alles over de huidige generatie van Vlaamse, of liever Noord-Belgische politici. We kunnen kort zijn in onze beoordeling: machteloos, onbekwaam en ongeloofwaardig. De Vlaamse regeringspartijen hebben zichzelf tot machteloosheid veroordeeld. Door expliciet te stellen dat zij nooit de Vlaamse meerderheid zullen gebruiken om een oplossing door te drukken hebben zij de oplossing van het BHV-vraagstuk bij voorbaat onmogelijk gemaakt. Een simpel “non” volstaat en de zaak blijft geblokkeerd...
De capitulatie van de Vlaamse regeringspartijen – inclusief deze die enkel in de Vlaamse regering zetelen – heeft hun laatste greintje geloofwaardigheid teniet gedaan. De Gentse politicoloog Carl Devos – die nochtans niet verdacht kan worden van enige Vlaamsgezindheid – formuleerde het zo: “Zelden was een belofte zo glashelder. Als blijkt dat we ook deze belofte niet letterlijk mogen nemen, dan is geen enkel woord in de politiek nog geloofwaardig. Politici moeten zich niet meer afvragen waarom zoveel kiezers hen als een onbetrouwbare, volksvreemde kaste afschilderen”. Einde citaat.

Vlaamse politici, in de politiek zijn er altijd kansen om u te herpakken.
Vorig jaar hebben wij hier het Brusselse taalhoffelijkheidsakkoord aangeklaagd en gevraagd om een krachtdadig Vlaams antwoord. Dat antwoord is niet gekomen van de Vlaamse politiek. Deze kans om u zelf te bewijzen als goede rentmeesters van de Vlaamse belangen heeft u laten liggen. Maar inmiddels heeft de Raad van State dit taalhoffelijkheidsakkoord vernietigd. Door dit onwettige akkoord werden echter tal van eentalige Franstaligen benoemd in de plaats van tweetaligen. Vlaamse politici, dit is voor u een kans om alsnog het roer om te gooien. Maak een einde aan deze onduldbare wantoestand en weerleg hiermee het vermoeden dat Vlaamse politici altijd en overal het onderspit delven in een confrontatie met Franstaligen.
Van de DHL-jobs moet niemand nog wakker liggen, Brussel-Halle-Vilvoorde werd niet gesplitst en straks komt de positie van Zaventem als luchthaven ernstig in het gedrang door het pestgedrag van de Franstaligen. Vlaamse politici die telkens opnieuw kiezen voor het zogeheten hogere federale belang bewijzen alleen maar hun eigen onbekwaamheid en overbodigheid.
Er zijn nochtans drukkingmiddelen genoeg om de Franstaligen tot redelijkheid te dwingen. Brussel is onleefbaar zonder de geldstroom uit Vlaanderen. Zonder massale investeringen in Vlaanderen, onder meer in het gewestelijk expresnet, wordt Brussel in de nabije toekomst nog meer een onbereikbare en dus onleefbare stad. Geen enkele stad ter wereld wordt er beter van door te kiezen voor het conflict met haar natuurlijke hinterland. Ook Brussel niet.

De Franstaligen van hun kant kiezen resoluut voor het offensief.
De strategie van Di Rupo is maar al te duidelijk. BHV moet ooit een oplossing krijgen en raken aan de taalgrens kan geen politicus in Vlaanderen nog verkocht krijgen. Maar misschien kan er wel nog meer geld aan Wallonië worden toegestopt. Het fameuze Marshallplan van Di Rupo is niet meer dan een handige verpakking. Wat die man wil is geen verandering, geen oplossing voor Wallonië, maar meer van hetzelfde.
Ondertussen geven zelfs Waalse economen onomwonden toe dat Wallonië structureel niet beter wordt van al deze transfers. En dat is ook niet verwonderlijk.

In de huidige kenniseconomie is kapitaal veel minder belangrijk dan vroeger. Massale kapitaaloverdrachten zoals ten tijde van het Marshallplan na de Tweede Wereldoorlog waren het gepaste antwoord voor de industriële economie van zestig jaar geleden.
In onze huidige kenniseconomie zijn andere zaken vereist. Kennis, opleiding, vernieuwing en aanpassingsvermogen dat zijn vandaag de essentiële elementen van economisch succes.
Wil Wallonië er ooit bovenop geraken dan moet het resoluut afstand nemen van de kaste die sedert twee generaties haar onkunde bewezen heeft. Weg dus met de overmatige subsidies, de politieke inmenging in van alles en nog wat en weg dus met het georganiseerde misbruik van overheidsuitkeringen. Weg dus met de Parti Socialiste, wiens beleid die regio geruïneerd heeft zoals de communistische regimes dat in Oost-Europa hebben gedaan.
De beste hulp die Vlaanderen aan Wallonië kan bieden is vandaag de geldkraan dichtdraaien. Want dan moet Wallonië wel ontwaken uit de lusteloze, half comateuze toestand waarop de PS haar macht gebaseerd heeft.
Dat wordt de inzet van de volgende federale verkiezingen. De jaarlijkse aderlating van ondertussen ruim 12,68 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië moet gestopt worden. Wanneer Vlaanderen vandaag niet massaal investeert in onderwijs en renovatie dan zullen wij de concurrentie met nieuwe economische grootmachten als China en India niet langer aankunnen. Vlaanderen heeft deze middelen dus nodig om de talrijke uitdagingen van morgen aan te kunnen. Bovendien verdient een regio die zich systematisch vijandig opstelt tegenover Vlaanderen onze solidariteit niet.
Vlaanderen moet zeer goed beseffen dat het overlegmodel met Wallonië afgedaan heeft. Dat overlegmodel kan enkel functioneren tussen partijen die te goeder trouw zijn. Men overlegt niet met een agressieve imperialistische mogendheid, die elke gelegenheid te baat neemt om Vlaanderen te saboteren.

Het Vlaamse antwoord aan de Walen moet dus kort en krachtig zijn. Wij willen van de Vlaamse politici geen lapmiddelen en geen gepruts aan de symptomen. De onafhankelijke Vlaamse staat is de enige goede oplossing.
Opdat Vlaanderen zou kunnen leven: België Barst.

Johan Vanslambrouck
Voorzitter

yw2014-a4-250px