dinsdag september 02 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Gasttoespraak dr. Walter Peeters

In de krant, die ooit de spreekbuis van het Vlaams belang heette te zijn, deed, bij het begin van de verkiezingscampagne van mei jongstleden, de voorzitter van de Parti Socialiste Elio Di Rupo, in een 'open brief aan de Vlamingen', een oproep om alle communautaire gekibbel te stoppen, omdat, zo zei hij, "de bevolking van andere dingen wakker ligt: werk, de pensioenen, een degelijke gezondheidszorg..."
En daarbij deed hij, zonder blikken of blozen, nog maar eens beroep op de zogeheten 'interpersoonlijke solidariteit' in 'la Belgique une et indivisible'.
Inderdaad, mijnheer Di Rupo, de bevolking ligt niet wakker van de zoveelste 'stap in de staatshervorming', alleen is het intussen voor iedereen wel duidelijk dat in dit land ieder dossier, ook dat van de sociale zekerheid, onvermijdelijk communautair is, of het op de kortst mogelijke termijn wordt.

"België bestaat sociaal-economisch uit twee landen", dat is het letterlijke besluit van een recent rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid. "Dat maakt beleidsconclusies onafwendbaar", stelt het rapport.
Voor het voeren van een eigen beleid moeten Vlaanderen en Wallonië beschikken over coherente, homogene bevoegdheden én daarvoor de financiële én fiscale verantwoordelijkheid op zich nemen. Alleen op die manier, mijnheer Di Rupo, kan zonder uitzichtloos communautair gehakketak een einde gesteld worden aan de onrechtvaardig hoge, ondoorzichtige en eenzijdige transfers van Vlaanderen naar Wallonië.

"Het probleem van dit land" - en hier citeer ik een andere vooraanstaande Belgische instantie - "is dat er nergens zoveel remmen op verandering bestaan als in België, zichtbare en onzichtbare remmen. Hoezeer we ons in Vlaanderen ook zouden willen inpassen in het reformistisch gedachtegoed dat in tal van Noord-Europese landen opgeld maakt, we worden meegesleurd door het Zuiden, door het immobilisme van het leidende establishment aldaar. De weigering van dat establishment (FGTB, PS, de Waalse werkgeverskringen) rechtvaardigt de roep naar een grotere autonomie voor de gewesten en gemeenschappen in dit land. We kunnen niet blijven wachten op ik weet niet welke ommekeer in het zuiden van het land. Het is de hoogste tijd dat ook uitgebreide bevoegdheden inzake sociale zekerheid en - nog belangrijker - fiscale autonomie aan Vlaanderen en de andere deelgebieden worden toegekend, zodat we zelf de beleidsinstrumenten in handen krijgen om de aansluiting met de kleine noordelijke lidstaten in Europa te realiseren." Einde citaat.
Dit zijn niet de woorden van één of andere fervente Vlaamse separatist. Dat schreef - anno 1998 - de huidige Belgische premier Guy Verhofstadt in zijn spraakmakend boek De Belgische ziekte. Diagnose en remedies. Hij gaat zelfs verder: "Die uitbreiding van bevoegdheden kan er best onmiddellijk komen. Verder uitstel is daarom niet alleen onnodig, maar zelfs regelrecht misdadig."
Tot daar Guy Verhofstadt anno 1998.

Wij zijn nu 2003 - en vier jaren regering-Verhofstadt verder - en het Waals afwijzingsfront tegen iedere vorm van defederalisering van de sociale zekerheid is hechter en sterker dan ooit.
Tot welke onvoorstelbare diametrale wijzigingen in opvattingen en opstelling alleen de honger naar de vleespotten van de Belgische macht zoal kan leiden!

En inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook in Vlaanderen ligt de bevolking in de eerste plaats wakker van werk, pensioenzekerheid, een degelijke en betaalbare gezondheidszorg.
Dat geldt zelfs des te meer voor de Vlaamse Beweging waarvan de wezenlijke opdracht veel ruimer is dan alleen maar de vorming van een eigen Vlaamse Staat. Het is de taak van de Vlaamse Beweging tegelijk gestalte te geven aan een Vlaamse Natie. De Vlaamse Beweging is veel meer dan louter inzet voor politieke structuren. Vlaamse Beweging is ook - en vooral - de inzet voor een open, vrije, sociale en rechtvaardige Vlaamse maatschappij. Een maatschappij waarin de enkeling vrij kan zijn, maar waarin tegelijkertijd iedere enkeling gelijke kansen krijgt om volwaardig tot ontwikkeling en ontplooiing te komen.
Reeds in 1928 stelde Filip De Pillecyn van op het spreekgestoelte van de 9e IJzerbedevaart: "Want indien de Vlaamsche oudstrijders een Vlaamsch Vlaanderen willen, dan willen zij toch in de eerste plaats een beter Vlaanderen. Voor ons zijn beide begrippen onscheidbaar en ondeelbaar zoals in een zonnestraal het licht en de warmte onscheidbaar en ondeelbaar zijn".
En vandaag, 75 jaar later, blijkt de belangrijkste hindernis daarbij - nog steeds - de unitaire Belgische staat.
Een Belgische staat waarin, geholpen door een politiek stelsel van bijzondere meerderheden, bovendien vanuit een ronduit onrechtvaardige oververtegenwoordiging in het parlement maar vooral wegens een onvoorstelbaar gemis aan principiële vastberadenheid van de verkozen politieke vertegenwoordigers van het Vlaamse volk, de Walen er nog altijd in slagen iedere hervormende maatregel, hoe noodzakelijk ook, op federaal vlak te blokkeren en het voor Wallonië erg lucratieve maar vooral erg gemakkelijke consumptiefederalisme in stand te houden
En dat geldt zowel voor de tewerkstelling als voor de noodzakelijke hervorming van de pensioenstelsels, de gezinsbijslagen, de échelonnering van de gezondheidszorg.
Vlaanderen wikt, Wallonië beschikt.
Wat Wallonië niet goed uitkomt blokkeert het: van onbemande camera's tot de hervorming van de NMBS.
Opheffing van het verbod op tabaksreclame voor Francorchamps en de regionalisering van de voor de Waalse industrie zo belangrijke wapenleveringen, twee Waalse eisen bij de recente regeringsvorming, werden daarentegen door het kersverse parlement al in de eerste weken van zijn bestaan gewillig en volgzaam goedgekeurd.
Zo werkt dat in het België van Di Rupo, Michel, Stevaert, Anciaux en Verhofstadt.

Inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook Vlaanderen ligt wakker van werk, ook ons volk wil jobs.
Maar ook inzake tewerkstelling doet de aanhoudende malaise in het federaal georganiseerd sociaal overleg de roep naar een eigen Vlaams overlegmodel steeds luider klinken. Het wordt steeds duidelijker dat Vlaanderen enerzijds en Wallonië anderzijds niet gediend zijn met een identiek Belgisch werkgelegenheidsbeleid. Maar als de Vlaamse minister voor Tewerkstelling initiatieven in die zin neemt, dan gaat Wallonië dwarsliggen. Want, tewerkstelling is een federale bevoegdheid.
Vandaar... de hoogste tijd voor een Vlaamse sociale zekerheid

Inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook ons volk wil zeker zijn van een menswaardig pensioen.
Inzake pensioenen ziet men in Vlaanderen de noodzaak in van alternatieve en gemengde vormen van financiering. Een eerste belangrijk initiatief was de oprichting van een Vlaams Pensioenfonds voor ambtenaren van de Vlaamse regering.
De Waalse onwil om wat dan ook te veranderen dat Wallonië in zijn gulzig consumptiefederalisme kan temperen, maakt echter, ook inzake pensioenen, iedere noodzakelijke hervorming onmogelijk.
Vandaar... de hoogste tijd voor een Vlaamse sociale zekerheid.

Inderdaad, mijnheer Di Rupo, ook de Vlamingen willen een degelijke en betaalbare gezondheidszorg.
Maar ook inzake gezondheidszorg heerst er in Vlaanderen en Wallonië een duidelijk verschillend cultuurpatroon. Vlaamse zieken en artsen vertonen een ander, zuiniger consumptiegedrag. Vlaanderen kiest voor een ander medisch model en pleit voor structurele hervormingen in de zin van een meer trapsgewijze uitbouw, uitgaande van een kwalitatief hoogstaande eerstelijnszorg - in een ander overlegmodel - op basis van een representatieve, democratisch verkozen vertegenwoordiging - en met aangepaste financieringsvormen.
De in hoofdzaak Franstalige en specialistische niet-gekozen 'vertegenwoordigers' van de artsen en ziekenfondsen in de unitaire Belgische 'medico-mut' zeggen echter 'njet'. Met het gevolg dat ook de zo noodzakelijke en dringende hervorming van gezondheidszorg en ziekteverzekering in een nefaste impasse is beland en in de nieuwe Belgische regering trouwens opnieuw aan een Waalse minister werd toevertrouwd.
Vandaar... de hoogste tijd voor een eigen Vlaamse sociale zekerheid.

De vraag stelt zich dan ook steeds duidelijker: moet Vlaanderen zich blijven neerleggen bij dit verlammend Belgisch immobilisme in naam van de zogenaamde solidariteit?
Een onrechtvaardig hoge oversolidariteit van jaarlijks om en bij de 8.5 miljard euro (of 342 miljard oude franken) op een ogenblik dat Vlaanderen die miljarden zélf broodnodig heeft voor zijn eigen economisch substraat. Op een ogenblik dat er onvoldoende geld is voor het Vlaamse onderwijs, de Vlaamse verzorgingssector, een Vlaams tewerkstellingsbeleid, een offensief Vlaams beleid in en rond Brussel, een betere justitiewerking in Vlaanderen .

Een opgedrongen schatplicht van 4.250 euro (of 170.000 frank) per Vlaams gezin per jaar aan Wallonië, dat daartegenover geen enkele gelegenheid voorbij laat gaan om duidelijk te maken dat het geen boodschap heeft aan de 'federale loyaliteit', waarop het zelf te pas en te onpas beroep doet.

Een ondoorzichtige éénrichtingssolidariteit van meer dan 10 procent van wat wij, Vlamingen, allemaal samen verdienen om de walen voor 25 procent van eenzelfde gemiddeld inkomen als de Vlamingen te voorzien.

Een onvoorwaardelijke en geruisloze transfer waarvan Wallonië bovendien niet eens beter wordt . Integendeel. Het ontslaat Wallonië van zijn collectieve verantwoordelijkheid voor de eigen sociaal-economische toekomst.

Voor Vlaanderen is de maat vol.
walterVlaanderen moet dringend zélf over zijn eigen toekomst kunnen beslissen. Dat betekent dat Vlaanderen - en ook Wallonië - zélf over alle hefbomen daartoe moet kunnen beschikken, de volle bevoegdheid moet krijgen over de eigen sociale en economische politiek en daarvoor zélf de financiële én fiscale verantwoordelijkheid op zich moet nemen.
Op Belgisch vlak blijven voortploeteren, betekent dat er ofwel niets gebeurt, ofwel komen er onwerkbare compromissen uit de bus, waarvoor Vlaanderen dan nog telkens een zware prijs betaalt.
Vandaar... de hoogste tijd voor een eigen Vlaamse sociale zekerheid in een eigen Vlaamse staat.

Walter Peeters

yw2014-a4-250px