donderdag oktober 23 , 2014
Tekstgrootte
   
image
image
image

Toespraak Clem de Ridder

clem1995VNJ' ers,

Vrienden van het VNJ,
Ik sta hier namens niemand.
Ik spreek tot u namens niemand.
Ik sta en spreek hier alleen uit persoonlijke waardering en sympathie voor het VNJ, dat mij, Oudstrijder in de Vlaamse Beweging, erom verzocht.

Deze IJzerwake is geen manifestatie tegen iets. Bijgevolg zijn de woorden die ik hier wens te zeggen niet gericht tegen iemand; ze zijn gericht tot u, VNJ' ers en vrienden van het VNJ. Zo past het, dunkt mij, op deze plaats. Dit neemt niet weg, dat ik Anton van Wilderode nazeg: "Ik adem mijn eigen aarde".

De Verbondsleiding van het VNJ heeft ons opgeroepen om deze IJzerwake te houden bij het gedenkteken van de Gebroeders Frans en Edward van Raemdonck. Door hun legendarische dood leven zij verder als symbool van de broederliefde. Door hun Vlaamse standvastigheid tot het einde werden zij ook het symbool van de trouw.

Enkele maanden voor zijn dood sprak Frans van Raemdonck deze woorden: "We zullen ons Vlaanderen schoner maken. Tot alles moeten wij bereid zijn ten bate van ons Volk. Tot alles. Als ik ooit val, dan zal mijn laatste gedachte, mijn allerlaatste gevoel er één zijn voor Vlaanderen, voor ons Vlaamse Volk".

Vandaag, 78 jaar later, staan wij hier. Voor datzelfde Vlaanderen. Voor datzelfde Vlaamse Volk. Nog altijd, omdat het vrije en schone Vlaanderen waarvan de Gebroeders van Raemdonck en de IJzersoldaten droomden, nog niet is verwezenlijkt. Hun testament is nog niet uitgevoerd.

De kreet "Nooit meer oorlog" wordt op dit uur gesmoord door de schoten die vallen in Oost-Europa, in het Midden-Oosten, in Afrika en elders. Het verlangen naar "Godsvrede" onder de Vlaamsgezinden botst op échte en vermeende tegenstellingen, en op het morele geweld van verdachtmakingen en verwijten. Het streven naar écht "Zelfbestuur" wordt tegengewerkt door nostalgieke Belgicisten en al te vlug gepaaide Vlamingen.

De Gebroeders van Raemdonck droomden van een vrij Vlaanderen. Ze streden en stierven ervoor. In hun spoor is mijn generatie erin geslaagd belangrijke stapstenen te leggen: vanaf de ontworsteling uit de naoorlogse catacombetijd, over de vastlegging van de taalgrens en Leuven-Vlaams, tot de verovering van culturele autonomie en van een fragmentair Zelfbestuur. Het waren stapstenen. Stuk voor stuk hebben we die moeten bevechten, vaak lang en bitter, want geen enkele normalisering van dit abnormale land hebben we te danken aan de goedgunstigheid van onze Staatslieden, ook niet van de meeste Vlaamse politici, die ons al te lang en al te fel hebben bekampt.

VNJ' ers, het zal jullie taak zijn het werk van mijn en van vorige generaties te voltooien en, in de beeldspraak van Wies Moens, Vlaanderens tinnen te kronen met eeuwige bloeiende mei.

Deze IJzerwake hebben jullie onder het mottogeplaatst "Trouw aan het IJzertestament". Eénieder kan zich uitvoerder noemen van dat testament, en éénieder kan het interpreteren volgens eigen Godsvrucht en Vermogen. Maar één zaak staat boven elke betwisting: het IJzertestament was een radicaal programma. Op dat ogenblik en in die omstandigheden "Zelfbestuur" voor Vlaanderen eisen, was zelfs meer dan radicaal, het was revolutionair. Toch deden zij het, nog wel in bewoordingen die geen enkel misverstand toelieten. In 'VIaanderens weezang aan de IJzer' (van de zgn. sublieme deserteurs De Schaepdrijver en Charpentier) lezen we bv. aan het adres van de aktivisten : "In liefde en bewondering reiken de Vlaamse soldaten de hand aan hen die de stoute baanbrekers zijn geweest van Vlaanderens zelfstandigheid". In 1918 betekende 'zelfbestuur' niets anders dan een 'zelfstandig' Vlaanderen, onder één of andere vorm. Zo werd het ook nog begrepen op de IJzerbedevaarten van 1984 en 1985, die plaats hadden onder de motto's: "Volk, word Staat" en "Geen voogden, eigen Staat".

Wie thans pleit voor een Zelfstandig Vlaanderen, heeft niets nieuws uitgevonden, maar zit volkomen in de traditionele interpretatie van het IJzertestament, dat wij trouw willen blijven, dat wij trouw moéten blijven.

VNJ' ers, de doorgedreven én beredeneerde inzet voor een Zelfstandige Vlaamse Staat in Europa, is een opgave voor jullie generatie. Het zal geen gemakkelijke taak zijn en wellicht één van lange duur, want jullie zullen botsen op taaie tegenstand, zowel van het hele Belgische establishment als van bepaalde Vlaamse potentaten om niet te spreken van het onbegrip van vele Volksgenoten, die hun ideaal vinden in brood en spelen, in subculturele muziekfestivals en banale TV-producten.

De tegenstanders zullen jullie niet te lijf gaan met zinnige tegenargumenten; ze zullen pogen jullie onschadelijk te maken met verwijten en beledigingen. Dat is een trieste constante in heel onze ontvoogdingsstrijd. De taalflamiganten die in de vorige eeuw opkwamen voor het gebruik van het Nederlands in Vlaanderen - naast het Frans, wel te verstaan - werden verketterd als ondergravers van de jonge Belgische Staat. De bestuursleden van een Davidsfondsafdeling die in de jaren 30 een verzoekschrift indienden voor de bevlagging van het gemeentehuis met de Leeuwevlag, kregen als antwoord dat ze aanhangers waren van het opkomende fascisme. En wie in de jaren 60 het Federalisme voorstond, kon niets anders zijn dan revanchistische zwartzak, ook voor degenen die twintig jaar later het Federalisme canoniseerden als de zaligmakendste aller Staatshervormingen.

Wie de dag van vandaag het heil van het Vlaamse Volk ziet in een Zelfstandige Vlaamse Staat, is een antidemocraat, een ultranationalist of een rechtse extremist. Bij deze vaststelling rijzen vragen op. Was de schuchter Guido Gezelle een extremist omdat hij verlangde dat Vlaanderen het Waalse wambuis zou scheuren? Was de romantieker Albrecht Rodenbach een voorloper van het fascisme, omdat hij 't boeltje van 't jaar dertig naar de maan wenste? Was de socialist August Vermeylen een antidemocraat en racist, omdat hij in zijn 'Kritiek van de Vlaamse Beweging' letterlijk schreef: "De grond van de Vlaamse Beweging is de wil naar zelfstandigheid van een ras" (d.w.z. van "mensen die verbonden zijn door taal en overeenstemmende zeden")? Was de nuchtere Maurits van Haagendoren een ultranationalist omdat hij voorhield: "Ons besluit moet zijn, dat wij de gewone man te overtuigen hebben van de geestelijke, economische en sociale noodzaak van een Zelfstandige Staat Vlaanderen"?

Geen enkel zinnig mens zal het wagen Gezelle, Rodenbach, Vermeylen, Van Haagendoren te brandmerken als rechtse extremist, ultranationalist of iets liefs van dat slag. Maar wie vandaag precies hetzelfde zegt als zij, krijgt dat brandmerk wel. Hier houdt de eerlijkheid in het discours op; hier heeft men alleen nog te doen met onverdraagzaamheid en met volksbedrog.

Jonge mensen van het VNJ, laat jullie niet verschalken door de verdachtmakingen en beledigingen van de tegenstanders, noch door de wollige raadgevingen van zogeheten welmenende wijzen. Jullie enige antwoord moet zijn: "Waar wij treden, zult gij gaan". Een ver en nabij verleden verzekert ons, dat deze uitspraak van René de Clercq altijd opnieuw bewaarheid wordt, al weze het met min of meer vertraging, maar dan ligt niet aan ons.

En wie t.a.v. het streven naar Vlaamse Zelfstandigheid de chaos voorspelt en Bosnische toestanden, die geeft opium aan het volk en ringeloort de publieke opinie. Als het in dit land, om één of andere reden, ooit tot chaotische toestanden zou komen, dan zullen die niet veroorzaakt worden door de lijdzame Vlamingen, maar door de Waalse socialisten. Ook dat leert ons het verleden.

Het idealisme van de Gebroeders van Raemdonck en van de Frontbeweging was niet alleen gericht op een vrij Vlaanderen, maar ook op een schoon Vlaanderen. Als een 'vrij Vlaanderen' een 'Zelfstandig Vlaanderen' betekent, dan moeten wij weten dat die zelfstandigheid alleen kan ontstaan vanuit een stevig natiegevoel, en dat elk gezond natiegevoel stoelt op cultuur, in de ruime betekenis van het woord.

Politieke structuren zijn niet meer dan een raamwerk. Zij moeten opgevuld worden met idealen. Idealen die in tegenstelling staan tot machtswellust, fraude, onbekwaamheid, bekrompenheid, wancultuur.

Een Zelfstandig Vlaanderen moet er één zijn waar een Volk leeft met beschaving, met moraliteit en spiritualiteit, met eerbied voor het geestelijk erfgoed en de natuurlijke omgeving, met verdraagzaamheid ook, in alle richtingen.

Dàt Vlaanderen, VNJ' ers, zullen jullie nooit krijgen, zeker niet gratis. Jullie zullen het moeten veroveren en zelf maken. Om dat te kunnen, zijn Vorming en Zelfvorming nodig. Vorm jullie tot mensen die in zich de kwaliteiten dragen die jullie in je Volk als geheel willen zien. Ook hier geldt de wijze spreuk: 'Verbeter de wereld, verbeter het Vlaanderen dat je liefhebt, begin met jezelf.'

Jaren geleden droomde André Demedts van dit soort Vlaanderen toen hij dichtte: "Vlaanderen, schoon en goed willen wij U maken, én Uwe vrijheid zien voor onze dood". Helaas, voor hem is dit vrije, goede en schone Vlaanderen niet het beloofde land geworden, maar het gedroomde land gebleven. Dit zal het ook blijven voor mij en voor heel mijn generatie, die voor het Vlaamse ideaal gestreden én geleden heeft.

Dit Zelfstandige, Schone Vlaanderen is ook het droomland gebleven voor Jetje Claessens, die bij haar laatste bezoek aan Vlaanderen tot jullie zei: "Ik hoop dat de jeugd ervoor zorgt een schone, moreel-gezonde jeugd te zijn, en de ze onze strijd verderzet, de strijd zoals Rodenbach die gedroomd heeft en zoals wij die gedroomd hebben".

VNJ'ers, het droomland van jullie voorgangers moeten jullie maken. Hou moedig zee in jullie inzet voor een Vrij, Goed en Schoon Vlaanderen-het enige land dat ons land kan zijn.

Clem De Ridder

yw2014-a4-250px